Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
Het handelsverkeer ter zee bepaalde zich hoofdza-
kelyk tot het westelijk bekken der Middellandsche Zee
en tot de naastbij gelegen eilandea en Europeesche
kusten aan gene zijde van de Zuilen van Herakles.
Over land werd handel gedreven met Opper-Egvpte en
de binnenlanden van Afrika. Vermoedelijk hebben de
Carthagers het eerst van alle volken kunstwegen ten
gerieve van den handel aangelegd. Onder de handels-
artikelen komen in de eerste plaats slaven (zwarte en
Corsikaansche) voor: tijdens den tweeden Punischen
oorlog kocht Hasdrubal eens 5000 van die ongelukkigen
te gelijk. Verder dreven zij handel in muildieren, ka-
meelen, goud, zilver, edelgesteenten, paarlen, purper,
dadels, graan, zout, wol, was, honing, olie, hmden en
geweven stoffen. Handelsgeheimen werden als staatsge-
heimen bewaard. Het was vreemdelingen op doodstraf
verboden naar Sardinië of door de Zuilen van Heraldes
te , varen. Eens werd een Carthaagsch schip op reis
naar de Cassiterïdes (Zuidwestelijke schiereilanden van
Engeland en Ierland) door een Romeinsch nagevaren.
Om den weg voor de Romeinen verborgen te houden,
en de onbescheiden vervolgers in 't verderf te storten,
zette de Carthaagsche schipper zijn vaartuig op eene
klip: hij kreeg de waarde van schip en lading uit de
staatskas terug.
C. Westersche volken.
De Grieken.
I. Het tijdperk der Pelasgen, het Heldentijdperk en de Volksverhuizing,
tot omstreeks 800 v. C.
Terwijl de Oostersche volken meerendeels onder het
slavenjuk van een despoot of de heerschappij eener aan-
matigende priesterschap zuchtten, konden de Grieken
hun aanleg tot hoogere beschaving vrij ontwildtelen.