Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
handelsverkeer duurzamer winsten oplevert, en van toen
af groeiden verscheidene dorpen tot steden aan, die
onafhankelyke staatjes vormden. Eerst schynen de Gi-
hlieten, tot wier gebied Beiroeth behoorde, eene soort van
opperheerschappij over de andere Pheniciërs te hebben
uitgeoefend, maar hunne macht verzwakte langzamer-
hand en ging gedeeltelijk over op Sidon.
Van de veroveringstochten, die de Egyptische ko-
ningen sedert Thoetmes I in Syrië deden, had Phenicië
weinig te lijden, dewijl het westwaarts was gelegen van
den weg, die uit Egypte naar den Euphraat voerde.
Sidon en andere voorname steden van Phenicië bleven
op een vricndschappelijken voet met Egypte, en daar-
voor ontvingen zij het voorrecht, in vreemde landen
handel te drijven voor rekening van de Egyptenaren
en in Egypte voor rekening van vreemden. Hun zee-
handel breidde zich uit over de Middellandsche, de
Roode en het noordelijk deel der Indische Zee, die zij
van uit Elath en Ezeon-Geber, aan de golf van Akaba,
tot het Indische Ophir bevoeren. Door middel van ka-
ravanen dreven zy bovendien handel met Palestina,
Babyion, Assyrië, Arabië en de landen der Scyten.
De Phenicische steden, vooral Sidon, namen zeer in
bloei toe. Overbevolking en staatkundige twisten waren
somtijds oorzaak, dat een aantal inwoners hunne stad
verlieten om zich buitenslands te vestigen, ook stichtten
de Pheniciërs wel eens eene kolonie in een veroverd
gebied, om zich in het bezit ervan te handhaven. Zy
vestigden zich op de Grieksche eilanden en stichtten
zelfs in den tijd, dat de Israëlieten een gedeelte van
Kanaiin veroverden, en er dus in dat land overbevol-
king kwam, eene landbouwkolonie in Griekenland, het
latere Thebe. Verder veroverden zij het zuidelijk ge-
deelte van Spanje, en zett'en zij zich neder op Malta,
Sicilië, Sardinië, Corsika, de Noordkust van Afrika en