Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
om op hunne stamgenooten in Europa wraak te nemen,
wegens de hulp aan de opstandelingen verleend; ook
voerde hij in de zoo weinig verbonden deelen van het
uitgestrekte rijk eene algemeene staatsregeling in.
Van zijn zoon en opvolger Khshayarsha (Xerxes)
af, hebben wij van de geschiedenis der Perzen, door
de Grieken meer zekere, hoewel eenigszins eenzijdige
berichten. Genoemde vorst putte Perzië uit door zyne
vruchtelooze pogingen om de Grieken te onderwerpen,
en werd vermoord door den overste zijner lijfwacht.
Met zijn zoon Artakhshathra I (Artaxërxes), die den
moordenaar zijns vaders en tevens zijne eigene broeders
liet ombrengen, begon eene ry van verwijfde dwinge-
landen, onder wie het rijk meer en meer verviel, tot
het onder den goedwilligen Darïus III door Alexander
den Groote (333 v. C.) werd veroverd.
Perzië, door gemis aan zeehavens en groote rivieren
buiten dat heilzame verkeer met andere volken geslo-
ten, hetwelk nieuwe denkbeelden kan aanbrengen en
oude zuiveren, was de ware kweekplaats van het des-
potisme. De koning werd er beschouwd als het levend
beeld der godheid. Zijn wil en zyne macht waren on-
beperkt, zijne bevelen onherroepelijk: sle.chts moord en
samenzwering brachten er menigen dwingeland ten val.
De grond en de bewoners werden als eigendom van
den vorst beschouwd. Bij zyn leven knielde men voor
hem; na zijn'dood kreeg hij eene hofhouding in ééne
der koninklijke doodenresidentiën (Persepölis). Door
luister en pracht omgeven, verwisselde de koning niet
zelden van residentie (PasargSdae, Ekbatana, Suza,
Babyion), en iedere verhuizing met harem, hofstoet en
lijfwacht der Tien-duizend werkte op de ongelukkige
streek, waar men doortrok, als een zwerm sprinkhanen:
niets werd er gespaard— alles behoorde ünmers den
koning!
4