Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
62
oppersten god, aan wien al de andere goden onderge-
schikt waren en die by de Babyloniërs Bel, bij de
Assja-iërs Assoer geheeten werd, aan welken laatsten
land en volk hun naam ontleenden. Een gevoel van
afhankelijkheid, ja, van nietigheid tegenover dien op-
persten god openbaart zich in menigen lofzang en menig
gebed, dat tot op onze dagen bewaard is gebleven. De
uiterlijke eeredienst was bij die volken overeenkomstig
beider aard verschillend. Terwijl die van Babyion zich
door weelderigheid, ontucht en een invloedrijken prie-
sterstand onderscheidde, kenmerkte die van Assyrië
zich door ruwe voorstellingen en wreede gebruiken. De
Babyloniërs bouwden hunne tempels naar 't voorbeeld
der Akkads als terrassen-pyramiden. De tempels hadden
een verschillend aantal terrassen: drie naar de drie
werelden: hemel, dampkring en onderwereld; vijf naar
de vijf planeten, of zeven naar de vijf planeten met
zon en maan. Op het bovenste terras stond een vier-
kant gebouwde met een beeld erin. De Babylonische
priestei'schap, die door geleerdheid uitmuntte, oefende
zulk een invloed uit, dat de Assyriërs, die zich lang-
zamerhand meer tot den weelderigen eeredienst van
Babyion aangetrokken gevoelden, eindigden met zelfs
den naam van Assoer door dien van Bel te vervangen.
De priesters, ook Chaldeën genoemd, maakten veel werk
van steiTenkunde. Door hen is de week naar de kwar-
tieren der maan in zeven dagen verdeeld. Zij maakten
gebruik van het zonnejaar van 365'/4 dag, terwijl men
zich in 't burgerlijk leven aan het maanjaar hield.
De geneeskunde stond op zulk een lagen trap, dat
de zieken op de markt werden gebracht, in de hoop,
dat een voorbijganger, die van dezelfde ongesteldheid
genezen was, een raad zou kunnen geven.
In de werktuigkunde waren de Babyloniërs niet on-
bedreven. Zij maakten bruggen, sluizen, waterleidingen