Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
Babylon invloed in dit rijk te verkrijgen, en toen na
den dood van Ramses II de heerschappy van Egypte
in Azië te gronde was gegaan, wist Teglath-Sandam
zich van Babyion meester te maken (1270 v. C.). Gelijk
vroeger de koningen van Egypte werden nu de Assy-
rische de groote veroveraars. Toeklat-habal-asar trok
zegevierend de vlakte van den Indus binnen (736 v. C.),
Salman-asar V en Saryoekin onderwiei-pen de meeste
volken van Syrië, Assoer-achhe-iddin (f 6G7 v. C.) ver-
dreef de Ethiopiërs uit het Noorden van Egypte en
vestigde daar voor eenigen tyd de Assyrische heer-
schappij, terwijl zijn zoon Assoer-ban-habai zijn rijk tot
in Klein-Azië uitbreidde.
I^abylon behield na zijne onderwerping eigen konin-
gen, doch als vazallen van den Assyrischen vorst. Dik-
wijls stonden zij op, en somtijds gelukte het hun voor
geruimen tijd onafhankelijk te blijven, maar de ver-
overingszuchtige koningen van Assyrië slaagden er tel-
kens weder in, de Babyloniërs aan zich te onderwerpen,
totdat dezen zich onder Naboe-bal-oessoer (Nabopolassar)
met Cyaxares, den koning van ]\Iedië, verbonden tegen
den Assyrischen koning Assoer-edil-ilani, wiens rijk door
de verbondenen werd veroverd en verdeeld (616 v. C.).
Van nu af werd Babyion door de veroveringszucht
zijner koningen, wat Assyrië vroeger geweest was: de
geesel der omliggende volken.
Naboe-bal-oessoer (Nabopolassar) nam zijn zoon Naboe-
koedoer-oessoer (Nebukadnëzar) tot mederegent aan en
zond hem aan 't hoofd van een leger tegen den Egyp-
tischen koning Necho, die in 't land was gevallen, doch
wegens de nederlaag, die hij bij Karkemish leed, naar
zijn vaderland terug moest keeren. Toen Naboe-koedoer-
oessoer zijn vader was opgevolgd, veroverde hij l'a-
lestina (586 v. C.) en Phenicië, waarna hij Babyion
door ontzaglijke gebouwen, waaronder de hangende