Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
De Babyloniërs en Assyriers.
De oudste berichten aangaande deze volken zijn zoo
verdacht, dat zij in de geschiedenis geene plaats ver-
dienen. iSedert 1842 zijn echter door de ijverige pogin-
gen van Botta, een Franschman, en Layard, een
Engelschman, in de nabijheid van Mosoel eene menigte
oudheden van Ninïve opgegraven, en nu het door de
ijverige pogingen van Rawlinson gelukt is, een begin
te maken met het ontcijferen der geschriften, wordt er
langzamerhand over de vroegere toestanden dier volken
meer licht verspreid.
De Babyloniërs (Chaldeën) ontstonden uit eene ver-
menging van Semieten en Akkads, een volk, dat in
Chaldëa woonde en reeds lang vóór de twaalfde eeuw
V. C. zijne zelfstandigheid verloren had. De Assyriërs
zyn ontstaan uit eene Babylonische kolonie, die zich
reeds vroeg noordwaarts tusschen den Euphraat enden
Tigris had gevestigd. Belde volken verschilden slechts
weinig in taal en godsdienst; maar terwijl de Babylo-
niërs zich onderscheidden door fijnere beschaving, kunst-
zin en liefde voor de wetenschap, kenmerkten de Assy-
riërs, die in een ruwer klimaat en op een onvrucht-
baarder bodem woonden, zich door krijgshaftigheid.
Babyion, welks overblijfselen in de omstreken van
Plillah terug zijn gevonden, was reeds vóór 2300 v. C.
de hoofdstad van een beschaafden staat. Sedert den
inval van Thoetmes III was het evenals Assyrië ge-
ruimen tijd schatplichtig aan Egypte, doch beide landen
werden er zoo weinig door gedrukt, dat het Bel-paskoe
gelukte, de verschillende Assyrische vorstendommen
onder zich te vereenigen en daarvan een machtig rijk
te stichten. Sedert trachtten de Assyrische vorsten door
verdi-agen en huwelijken met het koningsgeslacht van