Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
Te midden van de gisting der partyen predikte Jezus
van Nazaretli, dat God de liefdevolle Vader is van alle
menschen, en dat ieder zijn naaste als zich zeiven moet
liefhebben. Met toestemming van den Romeinschen
landvoogd werd hij als oproermaker op last van het
sanhedrin geki'uisigd. Zyne leer werd echter doorzyne
leerlingen alom verspreid, en langzamerhand vond het
Christendom ingang bij vele volken.
Het Romeinsche juk werd ondertusschen den Joden
meer en meer ondragelijk. Herhaalde opstanden waren
er het gevolg van, en het einde was, dat de Joodsche
staat door de Romeinen werd vernietigd. Maar het
Jodendom bleef bestaan. In Babyion, Egypte, Syrië,
Klein-Azië, Macedonië, Griekenland en Italië vestigden
zich aanzienlijke Joodsche gemeenten, waar de Heilige
Schrift zorgvuldig werd bewaard, en de schriftgeleerden
yverig voortgingen de wetnaderteomschryven(^ra?m!«^^.
Evenals bij de Egyptenaren, bestonden er by de
Israëlieten strenge voorschriften omtrent het gebruik
van spyzen, het vasten, de reiniging, enz. De leer der
onsterfelijkheid was hun aanvankelyk onbekend: als het
loon der deugd werd op stoffelijke welvaart gewezen.
Een kastenwezen hadden de Israëlieten niet, doch by
voorkeur werden in lateren tijd uit den stam der Le-
vieten de priesters gekozen, wien het volk tienden
moest afstaan, alsmede een gedeelte van de ten offer
bestemde eerstgeborenen van al wat leeft; hieronder
waren ook begrepen de oudste zonen, wier dienstbaar-
heid de ouders van do priesters moesten afkoopen.
Do Israëlieten hadden niet alleen buitenlanders tot
slaven, maar men kon zich aan zijn landgenoot als
slaaf verkoo]ien, of geraakte soms onvrijwillig, wegens
schulden, in diens bezit. De Israëlietische slaaf moest
na zes jaren zijne vi'ijheid terugkrijgen, tenzij hij in
slavernij verkoos te blijven, hetgeen niet zelden gebeurde.