Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
eenïge andere natie, is als een herdersvolk uit de lan-
den ten Oosten van den Euphi-aat (Hebreen) naar
Kanaan getrokken, vanwaar het zich tijdens de heer-
schappij der Hyksos in het Noorden van Egypte ging
vestigen. Toen Amosis de Hylcsos uit Egypte verdreef,
kregen zy verlof er te blijven. Zij verkozen het veilige
leven der dienstbaarheid boven het onzekere der vrijheid.
Naar de twaalf aanzienlijke geslachten (zonen Israels)
was het volk in evenveel stammen verdeeld, die, bij
groote verscheidenheid in gebruilcen en denkwijze, ver-
bonden waren door gemeenschappelyke belangen en de
gelijke vereering van heilige steenen (matsëha's) en
boomen (asjJra's) en van natuurkrachten, die den
mensch schade konden aanrichten. Zij brachten op de
hoogten (barna's) bloedige offers, soms menschenoffers,
aan hunne goden, die zij zich bij voorkeur als een
verterend vuur voorstelden, en hielden den zevenden
dag der week en den dag, waarop de nieuwe maan
weder verscheen, als heilige dagen in eere.
Eindelijk werden zij de verdrukking, die zij in
Egypte te verduren hadden, moede, en in 1320 v. C.
begaven zij zich naar de steppen tusschen denJordaan
en den Euphraat. Gedurende de halve eeuw, dat zy
hier rondzwierven, steeds vereenigd om het draagbare
altaar, waarvan bij dag de rook, bij nacht de lichtgloed,
die ervan opsteeg, op verren afstand te zien was (nog
in veel later en tijd werden legers, en thans nog wor-
den karavanen in het Oosten door rook bij dag en
door vuur bij nacht geleid), gaf Mozes hun de zooge-
naamde tien geboden als eene soort grondwet, waardoor
de zedelijkheid nauwer met de vereering van hun stam-
god Jahwe werd verbonden. Onder de aanvoering van
Jozua maakten de Israëlieten zich na een hardnekkigen
strijd van Kanaiin meester, waar zij weldra een land-
bouwend volk werden.
4