Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
ton steeds naar het voorbeeld der vaderen. Bogen en
gewelven waren hun bijna geheel onbekend. De muren,
pilaren en daken der tempels zyn versierd met scliildei--
en beeldhouwwerk, dat vaak goden voorstelt, wier
aangezichten eene platte nabootsing zijn van die der
koningen, welke den bouw hadden bevolen.
Maar ook daarin brachten de Egyptenaren het sedert
de opkomst der Farao's van Thebe niet verder dan tot
vaardigheid, nooit tot kunst. Hoe zou dit ook mogelijk
zijn geweest! Op alle reliefs, die schilders en beeld-
houwers voorstellen, ontbreekt nooit de met eene
zweep gewapende opzichter, — en zonder vryheid
geene kunst!
Van de Egyptische letterkunde komt allengs meer
aan 't licht. De priester Pentaoer, de schrijver van den
op bl. 41 vermelden brief, vervaardigde dertien eeuwen
V. C. een heldendicht ter verheei-lijking van de over-
winning door Kamses U by Kadesh in het dal van den
Orontes in diens eerste regeeringsjaren behaald. Als de
held, door vijanden omringd, in 't grootste gevaar ver-
keert, laat de dichter hem uitroepen: „Geen vorst is
bij my gebleven, geen veldheer, geen aanvoerder van
boogschutters of van sti'ijdwagens. Myne voetknechten
hebben mij verlaten, mijne ruiters zijn gevlucht!" en
zich dan tot den god Ammon wendende: „Kan een
vader zijn zoon vergeten ? Heb ik iets zonder u gedaan ?
Heb ik u geene tallooze offers gebracht? Ik heb uwe
heilige woning niet met mijne gevangenen gevuld; ik heb
u een tempel gebouwd voor millioenen jaren.... Ik
heb u de gansche wereld aangeboden, om uwe domeinen
te verrijken: ik heb u dertig duizend ossen geofferd.. . .
Voor u heb ik obelisken vut Elefantine laten komen;
voor u voeren mijne schepen op de zee, en zij brachten
u de schatten van alle natiën. U roep ik aan, vader
Ammon! Allen hebben mij verlaten; maar ik weet, dat