Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
moesten wijken, brachten zij den Ammondienst en de
Egyptische bescliaving naar Etliiopië en de oase Am-
mon over. Nadat de Ethiopiërs over Egypte liadden
gelieersciit en de dynastie van Psamtik I te Saïs was
gevestigd, deed zicli de invloed der Grieken op den
godsdienst der Egyptenaren gevoelen. Langzamerhand
werd aan de godinnen een hoogeren rang toegekend
dan aan de goden, en de godin Hathor, aan wie tijdens
de regeering van koningin KleopStra (50 v. C.) een prach-
tige tempel te Dendëra was gewijd, begon te gelijken
op de Apln-odlte der Grieken.
Een afgesloten kastenwezen bezaten de Egyptenaren
niet, maar de door de priesters voortdurend ingescherpte
gewoonte om de gebruiken der vaderen onveranderd
in eere te houden, bracht een scherp onderscheid van
standen teweeg, dat nadeelig moest werken op weten-
schappen, kTinsten en handwerken. Alle hoogere kennis,
waartoe behalve godgeleerdheid en wijsbegeerte ook
meetkunde en sterrenkunde (dierenriem van Dendëra),
letterkunde, geneeskunde, enz. behoorden, bleef uitslui-
tend bewaard in den stand der priesters. Zij waren
rechters, geneeskundigen, waarzeggers en bouwmeesters
en leefden van de giften, die aan den tempel geschon-
ken werden, en van de opbrengst der landeryen, die
ertoe behoorden en van belastingen waren vrijgesteld.
Daarentegen moesten zij gestrenge voorschriften nako-
men aangaande levenswijze, gebruik van spijzen, vasten,
baden, enz. en zich van veelwijverij onthouden, leder
priester wijdde zich aan een bepaald vak of een onder-
deel daarvan. I lunne studie bestond in het zich getrouw
eigen maken van de voorschriften der vaderen. Een
geneesheer, die daarvan afweek, liep, bij ongunstigen
afloop, gevaar, er met zijn leven voor te boeten. Wie
een geneesheer noodig had, zond naar den tempel, waar
de opziener der artsen een priester aanwees om den