Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
nors betaalden aan den koning en zijne ambtenaren
eene aan him grondbezit geëvenredigde belasting in
voortbrengselen, waarvan de omslag dikwijls moest
worden hernieuwd. Ook waren zij onderworpen aan
eene soort conscriptie voor den krijgsdienst en voorde
heerendiensten, die zij bij de uitvoering van openbare
werken, zooals het bouwen van vestingen en tempels,
het aanleggen van wegen, het opwerpen van dijken en
het graven van kanalen te verrichten hadden.
Het lot der volksklasse blijkt duidelijk uit een brief,
die tijdens de regeering van Ramses II is geschreven,
en waarin het volgende vooi'komt: „Ilebt gij u nooit
het lot van den landbouwer voorgesteld? Eer hij ge-
oogst heeft, vernielen de insecten een gedeelte van zijne
veldgewassen; de velden wemelen van ratten, dan komen
de sprinkhanen, daarna vertreedt het vee de akkers.
Als het graan in schoven is gebonden, strijken de mus-
schen er bij menigte op neder, en indien de landman
zijn oogst niet ten spoedigste binnenhaalt, stelen de
dieven hem weg. Zijn paard sterft van vermoeidheid
voor den ploeg. Daar nadert de invorderaar der belas-
tingen: dienaren met stokken en negers met palmtak-
ken gewapend vergezellen hom. Allen roepen: „Geef
ons van uw koren," en hij heeft geen middel om aan hunne
knevelarijen te ontkomen. Daarna wordt de ongelukkige
gegrepen en geboeid Aveggezonden om aan de kanalen
te arbeiden. Zijne vrouw wordt geboeid, zijne kinderen
van alles beroofd en ondertusschen zijn zijne buren
allen aan den arbeid." Even weinig benijdenswaardig
was het lot der handwerkslieden, zooals: metselaars,
steenhouwers, smeden, wevers on barbiers. Een lijk te
schenden was eene zware zonde. Toch moest het open-
gesneden en van de ingewanden ontdaan worden oni
het tot mummie te kinmen maken. Tot dit werk werd
eene onreine en verachte klasse van menschen ge-