Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
den; dat de mensch in eene hoogere of lagere kaste
werd geboren, naarmate van de goede werken oi de
zonde, die hij in een vorig leven had bedreven; maar
dat ieder, al behoorde hij tot eene onreine kaste, ter-
stond na zijn sterven het hoogste heil kon verwerven,
indien liy zich eene edele gezindheid had weten eigen
te maken. Volgens Boedha was de ellende van het door
de wedergeboorte steeds voortdm-ende bestaan in het
aardsche tranendal aan alle menschen gemeen, maar
hadden allen evenzeer uitzicht op verlossing, indien zij
slechts streefden naar het nirvana. Dit nirvana bestond
in de eerste plaats in eene volkomen heiliging van den
mensch, waardoor hy een Ar hat, eerwaardige, werd,
en vervolgens in het niet-zijn, waai-toe de Arhat bij
zijn sterven overging. De leer van Boedha vond in
sommige gewesten van Indië onder menschen van aller-
lei kasten ingang. In alle stilte, maar gestadig, breidde
zich het Boedhaïsme uit. Overeenkomstig de bedoeling
des meesters om alle menschen tot eene soort bedel-
monniken te maken, werden er kloosters gesticht, maar
toen ook achtte men het noodig regels voor de tucht
en voorscln-ifton voor het geloof te maken, geheel anders
dan Boedha had bedoeld, die zich met geene eigenlijke
godsdiensleer had ingelaten.
Aanvankelijk waren het Boedhaïsme enBrahmaïsme
elkander niet vijandig, maar dit veranderde, toen, na
den veroveringstocht van Alexander den Grooten, Tsjan-
dragoepta door wapengeweld een grooter rijk stichtte,
dan ooit m Indië had bestaan. Daar deze vorst het Boed-
haïsme begunstigde en zijn kleinzoon Ayora er zich toe
bekeerde, nam het aantal belijders meer dan vroeger
toe. Deze nieuwe bekeerlingen waren meestal Brah-
manen en Muizenaars, die in de kloosters wijding noch
onderricht hadden ontvangen, en nu begonnen de tucht
en het getrouw opvolgen der voorschriften te verslappen.