Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
lioogte zijn van alles, wat den handel betreft. Zij moe-
ten hun uiterste best doen om hun vermogen te ver-
meerderen en aan alle levende wezens voedsel geven.
Blinde gehoorzaamheid aan de Brahmanen, bij wie
hij in dienst is, is de eerste plicht van een Soedra, want
hij is geschapen om hen te dienen. De getrouwe ver-
vulling van dien plicht kan hem geluk aanbrengen na
zijn dood. Wel mag de Brahmaan aan een Soedra geen
tijdelijken raad geven, noch iets, dat van zijne tafel
overblijft; hij mag zulk een man geen geestelijken
troost schenken, noch hem inlichten over de wijze,
waarop hij boete kan doen voor zijne zonden; maar,
wanneer een Soedra rein is naar lichaam en geest,
onderworpen aan den wil der hoogere kasten, voorko-
mend in zijn spreken, vrij van aanmatiging en vooral
gehecht aan de Brahmanen, kan hij in hooger rang
herboren worden. Een Soedra, die geene gelegenheid
vindt om een dienst te bekomen bij een Brahmaan, kan,
als hij geen ander middel heeft om zijne vrouw en
kinderen te onderhouden, een handwerk uitoefenen; hij
moet dan de voorkeur geven aan het timmeren of eene
der kunsten, zooals het schilderen, omdat hij daardoor
gemakkelijker in staat wordt gesteld diensten te bewij-
zen aan de Brahmanen.
Nog lager dan de Soedra's staan de onreine kasten,
die uit gemengde huwelijken zijn ontstaan. De leden
dezer kasten worden niet hooger geacht dan offerdieren
en zijn tot het ellendigste leven gedoemd. De arbeid,
waarmede zij zich bezighouden, en daartoe behoort
menig nuttig handwerk, wordt zondig geacht. Zij kun-
nen zich niet onttrekken aan het bedrijf, hun door de
geboorte opgelegd, al wordt dit voor nog zoo schande-
lijk gehouden. Bekend zijn de latere Paria's.
De vrouw moet haar gansche leven in den toestand
der vei'nederendste afhankelijkheid blijven. In hare