Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
moet liij duizendmaal overgaan in 't lichaam van spin-
nen, slangen, kameleons, watervogels en vampiers.
Daarentegen bekleedt de Brahmaan door zijne geboorte
den eersten rang op aarde. Hij zij geleerd of onwetend,
toch is hij machtig als eene godheid. Als opperheer over
alle wezens moet hij waken voor de nakoming van
alle burgerlijke en kerkelijke wetten. Alles, wat de
aarde bevat, is eenigermatë het eigendom der Brahmanen.
Zij eten altijd hun eigen voedsel, dragen hunne eigene
kleederen, geven steeds van hetgeen hun toebehoort;
slechts door hunne edelmoedigheid genieten de andere
menschen van de goederen dezer wereld. Daarom
mogen zij nooit verplicht worden, handenarbeid te
verrichten of belasting te betalen. Een Brahmaan, die
tot armoede is vervallen, mag in zijn onderhoud voor-
zien door het werk van een Kshatria of van een
Waisia te verrichten. Verkiest hij dit niet, dan mag
hij van wien ook giften aannemen, zonder daardoor
verontreinigd te worden. De Brahmanen en de Kshatria's
mogen in geen geval geld van anderen leenen tegen
interest, zij mogen het wel tegen eene matige rente
aan anderen in leen geven.
De koning, gevormd uit eeuwige bestanddeelen van
acht voorname goden, overtreft alle stervelingen in
luister. Hij is het Vuur, de Wind, de Zon, de Genius
van de Maan, do Koning der gerechtigheid, de God
der rijkdommen, de God der wateren, de Opperheer
van het firmament. Om den koning in de uitoefening
zijner plichten bij te staan, heeft Brahma sedert den
beginne den genius der straf voortgebracht. De vrees
voor straf veroorlooft allen wezens hun eigendom te
genieten en belet hun hunne plichten te verzaken. De
straf bestuurt en beschermt het menschdom; zij waakt,
terwijl alles slaapt. Met omzichtigheid toegepast, ver-
oorzaakt de straf het welzijn der volken; maar het