Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
men door geboorte behoorde, en waaruit men niet tot
een anderen kon overgaan. Zy werden aangeduid met
den naam varna, doch wij noemen ze, in navolging van
de Portugeezen, liasten, welk woord families beteekent.
Oorspronkelijk zijn de kasten vier in getal, waarvan
drie Arische: de Brahmanen of priesters, de TTs/ja^j'ia's
of krijgslieden en de Waisia's of het volk; de oor-
spronkelyke bewoners vormden de kaste der Soedra's.
Om het groote verschil duidelijk te doen uitkomen,
leerden de Brahmanen, dat hunne kaste uit het hoofd,
die der Kshatria's uit de armen, die der Waisia's uit
de lendenen, en die der Soedra's uit de voeten van den
god Poeroestra waren voortgekomen.
Langzamerhand kwam er ook verandering in de
waardeering der vei-schillende goden. De deva's verlo-
ren zooveel van hun aanzien, dat de Brahmanen zich
met hen gelijkstelden, terwijl eene andere reeks van
goden, de assoera's, tot den rang van booze geesten
werden verlaagd. Ofschoon de vereering van Roedra,
den geweldigen god der stormen, zeer in den smaak
des volks viel, konden de Brahmanen in hem toch den
oppersten god niet erkennen. Een der bijnamen van
den alouden vuurgod Agni was „heer van het gebed
(brahma)", en nu dachten zy zich onder dezen naam
den alles beheerschenden god, den schepper Brahma,
die echter nooit een volksgod is geworden.
In dezen tijd ontstonden ook de wetten van Manoe,
waarin de zaligheid hiernamaals als grondslag der ze-
delijkheid, en dus als maatstaf voor hetgeen op aarde
goed of kwaad is, wordt voorgesteld. Om de zaligheid
deelachtig te worden, moet de Hindoe, die tot eene der
drie Arische kasten behoort, na zijne geboorte door
allerlei plechtigheden gereinigd worden, vervolgens het
onderwijs der Brahmanen getrouw volgen, en, als hij
na volln-achten leertijd in het huwelyk is getreden en