Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
/ 20
ze spraken, een zelfden oorsprong hebben: de Ariërs.
Daarentegen bewijzen kenmerkende verschillen tus-
schen die talen, dat de Ariërs, in overoude tijden, zich
in verschillende afdeelingen hebben gesj)litst, bij wellte
de eens gemeenschappelijke taal geheel zelfstandig en
zeer uiteenloopend ontwiklielde. De afdeelingen, die de
latere Indiërs en Perzen werden, hebben zich oost- en
zuidwaarts begeven; die, waaruit de Slaven, Kelten,
Germanen, Grieken en Eomeinen ontstonden, trokken
westwaarts.
Vóór de splitsing bezaten zij reeds eene tamelijke
beschaving, want uit de aan alle Arische talen gemeen-
schappelijke benamingen voor vee, landbouwwerktuigen
en granen, blijkt het, dat zij zich met landbouw en
veeteelt bezighielden. Op dezelfde gronden weten wij,
dat zij huizen met deuren bewoonden, wegen aanlegden,
bruggen bouwden, handmolens bezaten om graan te
malen, stoffen weefden, waai-van zij lappen tot kleederen
aan elkander naaiden, en verschillende metalen, o. a.
ijzer, gebruikten.
Aangaande hun huiselijk leven geven ons de aan
Arische talen eigene wooi'den: vader (= beschermer),
moeder (= voedster ?), dochter (= melkster), broeder
(= helper), enz., eenige inlichting. Opmerkelijk is het,
dat de woorden, die op den oorlog betrekking hebben,
in de verschillende Arische talen weinig of geene
overeenkomst hebben.
De aanschouwing van grootsche en indrukwekkende
natuurverschijnselen, die men noch verklaren, noch
voor vrijhandelend houden kon, deed bij de Ariërs een
beginsel van godsdienst ontstaan, waaruit zich volgens
de vergelijkende mythologie zoowel de godsdienst der
Indiërs en Perzen, als die der Grieken en Germanen
ontwiklcelde. De Ariërs vereerden uit vrees en uit
dankbaarheid de verschijnselen en krachten (deva's),