Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zmtsersche meren gevonden. De paalwoningen waren
houten gebomven, niet ver van den oever op palen
in het water geplaatst. In eene lange ry naast elkan-
der staande, dienden sommige tot woningen, andere
tot voorraadsschuren. Het slyk, dat men tusschen de
ingeheide palen aantreft, bevat een verbazenden over-
vloed van oudheden, uit welke blijkt, dat er in Zwit-
serland gedurende de steen-, de brons- en de ijzerperi-
ode paalwoningen zijn geweest. De Zwitsersche paal-
woningen komen in alle opzichten overeen met de
Aziatische, waarvan de Grieksche geschiedschrijver
Herodbtos (450 v. C.) eene bescln-ijving geeft.
Uit de gevesten der wapenen, de armi-ingen en an-
dere voorwerpen blijkt het, dat de toemalige menschen
kleiner en scln-aler waren dan de tegenwoordige; maar
hunne scherpzinnigheid, hun geduld, lumne volharding
en hunne handigheid wekken verbazing. De oudste
bevolliing smolt samen met de Kelten, die het brons
kenden. Later verschenen de Germanen, die het yzer
uit Azië medebrachten.
De steenmensclien hielden zich bezig met jacht, visch-
vangst en het verbouwen van tarwe en vlas. De tarwe
werd gemalen of liever gebroken tusschen twee steenen,
en op steenen platen bakte men er brood van. De
gevonden overblijfselen van lijnwaad toonen de behen-
digheid der steenmenschen in het spinnen en weven: het
is deels geknoopt, deels op het weeftouw vervaardigd.
Hun vaativerk was ruw en lomp. Het werd van pot-
aarde met veel kwarts vermengd uit de hand vervaar-
digd, voor een open \i;ur gebakken, en vaak met roode
aarde of graphiet beschilderd, daar de kunst om te
verglazen nog niet bekend was. Bewonderenswaardig
was de bedi-evenheid der steenmenschen om zagen en
snijdende voorwerpen van de hardste steensoorten te
maken. Ook hadden zij wapenen van nephriet, eene
MMWM