Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
239
werd door het ijs, dat twaalf stroomen uit Nlflheim
aanvoerden. Hier ontmoetten elkander de warme stralen
uit Muspelheim en de rijp uit Niflheim. De rijp smolt,
en uit de nedervallende druppels ontstonden de reus
Ymir en zijne voedster, de koe Andhumla. Eens, dat
Ymir lag te slapen, brachten zijne voeten een wezen
te voorschijn, dat de vader werd van de Ilrimthurseu
(vorstreuzen), wier verblijf Jötunheim was. De koe
Andhumla voedde zich met het likken aan ijsklompen.
Den eersten dag, dat zij dit deed, kwam uit het ijs
haar, den tweeden dag een hoofd en den derden een
wezen, Buri genaamd, te voorschijn. I5uri Imwde met
een reuzenjonkvrouw en werd de vader van Bör, wiens
drie zonen, de goden of azen Odin, Wili en We, den
reus Ymir doodden. Uit zijne wonden stroomde zooveel
bloed, dat het gansche geslacht der reuzen erin ver-
dronk met uitzondering van Bergelmir, die zich met
zijne vrouw in eene boot redde en het aanzijn gaf aan
een nieuw reuzengeslacht. Van Ymir's lijk bouwde
Odin met zijne broeders de wereld: uit zijn bloed wor-
den de zee en alle stroomen, uit zijn vleesch de aarde,
uit zijne beenderen de bergen, uit zijne tanden do
steenen, uit zijne haren de boomen, uit zijne hersenen
de wolken, en uit zijn schedel het hemelgewelf gevormd,
aan welks hoeken vier der vele uit de maden van
Ymir's vleesch geschapen dwergen, met name Noor-
den, Oosten, Zuiden en Westen, werden geplaatst.
Daar de wereld nog in Duisternis was gehuld, namen
de zonen van Bör vonken, die uit Muspelheim opvlo-
gen, en plaatsten die aan den hemel om de aarde te
verlichten en den tijd in dagen en jaren te verdoelen.
Op de aarde, die de gedaante eener schijf had en door
de wereldzee was omspoeld, wezen zij den reuzen eene
woonplaats langs de kusten aan, terwijl zij in hot mid-
den der aarde, om de aanvallen der reuzen tegen te