Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
227
„De vele ziekten zijn een gevolg van de vele schotels:
tel de koks in de stad, en gij zult u over de menigte
zieken niet verwonderen." Geneesheeren van naam wer-
den schatrijk, en om naam te maken, kwam het er in
de eerste plaats op aan, welbespraakt te zijn en eene
andere geneeswijze te volgen dan de gebruikelijke.
Plinius zeide van hen: „Er bestaat geene wet, die on-
wetendheid onschadelijk maakt. De geneesheeren leeren
door onze gevaren en worden door sterfgevallen rijker in
ondervinding; alleen de geneesheer mag volkomen straf-
feloos een mensch dooden." Het gevaar voor de patiën-
ten werd nog grooter, toen in den tijd der keizers de
geneesheeren uit gemakzucht ophielden, zelve de mid-
delen gereed te maken en dit overlieten aan onwetende
kruiden- en pleisterhandelaars. Het woord medicamen-
tariiis kreeg allengs eene zoo slechte beteekenis, dat
er in de dagen van Theodosius een giftmenger door
werd verstaan.
De letterkunde ontwikkelde zich niet vroeg. De
eerste Latynsche dichters waren Grieken van geboorte.
Ten tijde van Hannibal begonnen de Romeinen ge-
schiedenis te schrijven. Scipio, de overwinnaar bij Zama,
beschreef een gedeelte zijner daden in brieven, maar
gelijk nog anderen zijner tijdgenooten, die zich met ge-
schiedenis bezighielden, bediende hij zich van de Griek-
sche taal. Cato Censorius daarentegen beschreef de oude
geschiedenis van Rome in 't Latijn, en legde de grond-
slagen der Romeinsche welsprekendheid; zijne geschrif-
ten zijn helaas! verloren geraakt. Als uitstekend ge-
schiedschrijver deed Caesar zich kennen in zijne beschrij-
ving van den Gallischen oorlog.
Het proza kwam tot zijne schoonste ontwikkeling
door den als wijsgeer, rechtsgeleerde en redenaar uit-
blinkenden Marcus Tullius Cicero, wiens redevoeringen
en wijsgeerige geschriften zelfs op de letterkunde van