Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
219
hij werd aangevallen, en zijn vi-ijgelatene Tiro zijn
secretaris en vriend werd, dwong Cato Censorius de
zijne te werken of te slapen; toen hy op jeugdiger
leeftijd nog spaarzaam moest zijn, • liet hy ze honger
lijden, en als hij in lateren tyd vrienden by zich aan
tafel had, liet hij iederen slaaf, die zich by het - bedie-
nen aan eene vergissing schuldig maakte, na den maal-
tijd geeselen.
Tot in het laatste tijdperk der republiek waren de
woningen te Rome onaanzienlijk, daar voor den Ro-
mein de staat alles, het individu weinig beteekenend
was. Aanvankelijk stonden zy vry onregelmatig door
elkaar, maar menige brand gaf aanleiding, dat men ze
regelmatiger plaatste en daarbij hier en daar een plein
openhield. Toen de rijkdommen zich bij enkelen be-
gonnen op te hoopen, werden er prachtige huizen ge-
bouwd. Cicero, die niet onder de rijksten kon geteld
worden, bewoonde een huis, dat 200,000 Gld. had ge-
kost. Er waren ook woningen van anderhalf millioen
Gld. Ten tijde van Augustus vond men in Rome 1800
eigen woningen tegen 47,000 huurhuizen. Tot de boven-
verdiepingen dezer laatste, die gewoonlyk slechts ven-
sters hadden met uitzicht op de binnenplaats, en die
door de mindere burgerklasse bewoond werden, had
men door trappen onmiddellijk toegang van de straat.
Aan de voordeur van een heerenhuis was een klopper
of eene schel. Onmiddellijk bij de voordeur bevond zich
het vertrek van den portier, die somtyds met een ket-
ting aan den muur was gehecht, opdat hij zijn post niet
zou verlaten. Voor de veiligheid had de portier som-
tijds een hond by zich, of plaatste men bij de deur het
opschrift: „Pas op den hond (caiJg mwm)!" De vertrek-
ken voor het dagelijksch gebruik waren klein, daar de
Romein een groot gedeelte van den dag op het forum
doorbracht, maar men had groote feestzalen, waar men