Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
217
schappelijk gevaar te keer te gaan, vereenigden zich
de Romeinen onder Aëtius met de West-Goten, Fran-
ken, Alanen, Bourgondiërs en Saksers. In de vlakte
van Chalons aan de Mame kwam het tot een slag (451),
die vooral door den moed en het beleid van Theodörik,
den Westgotischen koning, ten nadeele der Hunnen
uitviel. Uezen trokken terug, deden het volgende jaar
een inval in Italië — die aanleiding gaf, dat vluchte-
lingen, op eilandjes nabij het land der Veneten de
grondslagen legden van de latere stad Venetië — wer-
den na Attila'« dood, die spoedig hierop plaats had,
verscheidene malen, tot zelfs aan de Wolga, verslagen,
en verdwenen toen spoorloos uit de geschiedenis.
Bij al dien nood, waarin het rijk verkeerde, nam het
twisten en moorden aan het Westersche hof steeds toe.
Om zelf keizer te worden, benam de senator Petronïus
Maxïmus keizer Valentinianus Hl, die uit achterdocht
Aëtius had laten vermoorden, het leven, en dwong hij
diens weduwe Eudoxia hem hare hand te schenken.
Deze, zich van den gehaten gemaal willende ontslaan,
riep de hulp in der Wandalen, wier vloot de ]\[iddel-
landsche Zee beheerschte, en die onder hun koning
Gensërik in Italië verschenen. Ofschoon Petronius Maxi-
mus reeds v<)()r hunne aankomst was omgebracht, plun-
derden zij Rome veertien dagen lang (Wandalisme), en
trokken toen af, een rijken buit met zich voerende.
De Romeinsche opperbevelhebber RicTmer, een afstam-
meling van het koninklijk geslacht der Sueven, plaatste
nu achtereenvolgens op den keizerstroon drie personen,
die hij geheel beheerschte en van welke hij de twee
eerste liet vermoorden. Na zijn dood waren de Romein
Orestes en de Herrder Odöaker de machtigste bevel-
hebbers. Eerstgenoemde plaatste zijn onmondigen zoon
Romijlus, spottenderwijze Augustttlus bygenaamd, op den
troon; maar Odoaker, die aan zijne soldaten den voor-