Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
216
zij een Westgotisch rijk stichtten met Toulouse als
hoofdstad (416). Reeds zeven jaren vroeger hadden zich
andere volken in het Pyreneesche schiereiland gevestigd:
de Sueven in Gallicië, de Alanen in Lusitanië en de
Wandalen in het naar hen genoemde Andalusië. De
laatsten echter weerden weldra te hulji geroepen door
Bonifacius, een stadhouder van Afrika, die zich op die
wijze meende te kunnen staande houden tegen de kui-
perijen aan het keizerlijke hof. Zoodra de Wandalen
echter in Afrika waren aangekomen, stichtten zij er
onder hun koning Gensërik een rijk in 't gebied van
het oude Carthago (429). — De Bourgondiërs bleven
in het Zuid-Oosten van Frankrijk en llelvetië, en had-
den Lyon en Geneve tot hoofdsteden. De bewoners
van Brittannië, in 't nauw gebracht door de Pieten en
(Schotten, riepen de hulp in van de Angelen en andere
stammen der Saksers, die in 't N. W. van Duitschland
gevestigd waren. Dezen kwamen onder aanvoering van
Hengist en Horsa, verdreven de Pieten en Schotten
(die later onderling oorlog voerden, waarbij de Pieten
te gronde gingen), doch verlieten Brittannië niet weder.
Eene eeuw lang kregen zij voortdurend versterking en
breidden zij er zich meer en meer uit, en toen de Kel-
tische inboorlingen eene beslissende nederlaag leden,
waarbij hun dappere koning Arthur (541) sneuvelde,
waren de Angel-Saksors meester van Brittannië. De
Britten handhaafden zich gedeeltelijk in de bergachtige
landen Wales en Cornwales; gedeeltelijk staken zij
over naar Armorica, welks westelijk deel naar hen den
naam van Bretagne ontving. Intusschen naderden de
Hunnen meer en meer het Westen van Europa. De
volken, die zij overwonnen, moesten schatting betalen
en krijgsvolk leveren, en zoo drong hun talentvolle
koning Attila aan het hoofd van 700,000 woeste strijders
van allerlei volken Gallië binnen. Om het gemeen-