Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
213
Mongoolsche ras. Zij trokken naar het Westen, alles
overhoop werpende en verwoestende, wat zich op hun
weg voordeed. ïoen zij Europa naderden, ontmoetten
zij de Aliinen, die zich grootendeels bij hen aansloten.
Vervolgens stiet de woeste hoop op de Groten, die gedeel-
telijk tot het Christendom bekeerd waren. Hun bisschop
Wultila (Ulfïlas) wiens ouders door de Goten op een
strooptocht uit Cappadocië waren medegevoerd, had een
eigen alphabet voor de Goten gemaakt, en den bijbel
geheel of althans grootendeels in het Gotisch vertaald.
De Oost-Goten werden geslagen en vluchtten in de
Sarmatische bergen. Een deel der West-Goten, op wie
de storm nu loskwam, volgde hun voorbeeld; een ander
deel, wel een millioen menschen, waaronder 200,000
strijdbaren, kreeg van keizer Valens verlof zich in de
onbewoonde streken van het tegenwoordige Boelgarye
te vestigen. Bij de moeilijkheid, die zulk eene menschon-
massa had, om in de levensbehoeften te voorzien, kwam
nog, dat de hebzuchtige keizerlijke ambtenaren zich de
schandelijkste afpersingen van de vluchtelingen veroor-
loofden. Door den honger tot wanhoop gebracht, trok-
ken zij plunderend naar Constantinopel, steeds versterkt
wordende door eene menigte slaven, onvermogende be-
lastingschuldigen en door beambten verdrukten. Hun
voorbeeld werd gevolgd door een gedeelte der Oost-
Goten en door afdeelingen van Hunnen en Alanen.
Pannonië werd de buit der Quaden en Sarmaten (Sla-
voniërs of Slaven); Thracië en Macedonië die der Go-
ten. Valens trok tegen deze laatsten op, doch ver-
loor bij Adrianopel den slag en het leven (378).
Nu verviel het gansche rijk weder aan Gratianus, den
opvolger van Valentinianus I, die den veldheer Theo-
dosius, nadat deze eene overwinning op de Sarmaten
bevochten had, tot medekeizer aannam, en met het
bestuur van de oostelijke helft des rijks belastte. The-