Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
208
zaad dei' kerk. Vele Christenen echter rekenden het
zich als schade toe, indien zij den blik van den hemel
afwendden, en zich met de zaken dezer wereld inlieten,
en zoo werden, vooral toen het kloosterwezen zich ont-
wikkelde, duizenden aan den dienst des vaderlands ont-
trokken, juist in een tijd, dat het aan wakkere mannen
de grootste behoefte had.
Ondertusschen nam het aantal barbaarsche volken-
verbonden, die het Romeinsche rijk bedreigden, toe.
Aan den Neder-Rijn bevond zich het verbond der Fran-
ken uit de Sikambren, Brukteren, Katten, enz. bestaande;
ten Oosten van hen dat der Saksers, waartoe de Anglen
behoorden; in het Zuidwesten van Germanië dat der
Alemannen. De Franken richtten hunne tochten naar
Gallië; de Alemannen, over de Alpen tot in Noord-
Italië; de West-Goten naar Illyrië, Thracië, Macedonië
en Griekenland; de Oost-Goten, de Alanen en de He-
rders verschenen ten Oosten en ten Noorden van de
Zwarte Zee. De geheele staatsinrichting werkte den
barbaren in de hand, want de keizers, die hun stevin
vonden in de staande legers, sidderden, als de burgers
zich tot eigen verdediging tegen de aanvallers wapen-
den, en verboden het.
Aan de vi-eeselijke verwarringen in het rijk kwam
een einde, toen de krachtdadige veldheer Aurelianus
(270—275), een Pannoniër, tot keizer was verheven.
Na het Westen tot rust te hebben gebracht, wendde
hij den blik naar het door handel, kunst en wetenschap
bloeiende rijk van Palmyra, dat, tijdens de verwarrin-
gen onder de vorige keizers door den SjTiër OdenSthus
gesticht en dapper tegen de Perzen verdedigd, na diens
vermoording, door zijne geestrijke, schoone gemalin
Zenobia roemrijk bestuurd en met Egypte vergroot
werd. Aurelianus trok tegen haar op, nam haar gevan-
gen (273) en liet, toen de met verschooning behandelde