Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
207
Romeinsche heidenen. Een krygshaftige geest vervulde
het volk, en de koningen zochten het oude, uitgestrekte
Perzische rijk te herstellen.
Nadat de soldaten aan den Rijn Alexander Severus
vermoord hadden uit verbolgenheid over het handhaven
der krijgstucht, riepen zij Maximïnus, een Thraciër, dus
een barbaar, tot keizer uit. Maar nu volgde er ook een
tijd van volslagen regeeringloosheid, waarin keizers en
tegenkeizers elkander onophoudelijk beoorloogden: eens
waren er wel 19 te gelijk. Burgeroorlog, moord en ver-
raad waren aan de orde van den dag. Overal leed het
volk gebrek; hieruit kwamen pestziekten voort, die
duizenden wegraapten, en alsof dit nog niet genoeg
ware, richtten aardbevingen en de rooftochten der bar-
baren groote verwoestingen aan.
De toestand des rijles was hopeloos. De haveloozen,
die in Rome de meerderheid uitmaakten, verkeerden
in de diepste onkimde, en in alle klassen vertoonde
zich allerlei Oostersch bijgeloof. In deze tijden van
jammer en ellende vond menigeen troost en steun by
het Chi-istendom, dat zich meer en meer uitbreidde on-
danks den afkeer, dien het bij de Romeinen opwekte,
wegens de nauwe betrekking, waarin de Christenen tot
de diep verachte Joden stonden, en den grooten afstand
tusschen de heerschende onzedelijkheid en de leer van
Christus. Vele keizers schreven de vorming van geslo-
ten vereenigingen, de liefdadigheid jegens behoeftigen
en het erkennen van barbaren en slaven als broeders,
aan geheime, voor den staat gevaarlyke beweegredenen
toe en zochten daarom door pijniging en marteldood
het Christendom te keer te gaan. Hun pogen was vruch-
teloos. De heldenmoed, waarmede de Christenen den
dood ondei'gingen, omdat zy weigerden den keizers
goddelijke eer te bewijzen, wekte menigeen op, hun
geloof te omhelzen. Het bloed der martelaren werd het