Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
204
Scliotsclie hooglanden onderwerpen, en door CereSlis de
Batavieren, die onder Claudius Civilis hunne vi'ijheid
heroverd hadden, weder ten onder brengen (70). Ves-
pasianus werd opgevolgd door zijn zoon Titus (79—81),
die vroeger een ongebonden leven had geleid, maar als
keizer „de liefde en wellust der menschen" werd ge-
noemd. De rampen, teweeggebracht door een brand en
eene pestziekte te Rome, en door de eerst bekende
uitbarsting van den Vesuvius, waarbij de steden Pom-
peji, Plercuhinum en Stabïae onder de heete asch en
lava bedolven werden, zocht hij door milddadigheid
te lenigen. Zijn broeder en opvolger, de dwingeland
Domitianus, niet tevreden met het vooruitzicht op de
goddelijke eer, die hem, evenals den vorigen keizers,
na zijn dood zou worden bewezen, nam den titel van
Heer en God aan. Hij werd vermoord op aanstoken
van zijne gemalin, en vervangen door Nerva, die Tra-
janus tot zoon en opvolger aannam. De regeering van
dezen vorst (98—117) werd zoo weldadig geacht, dat
de senaat later een nieuwen keizer toewenschte: „"Wees
gelukkiger dan Augustus en beter dan Trajanus!"
Ook Trajanus zette de veroveringspolitiek voort. Hij
stichtte aan den beneden-Donau de provincie Dacië,
waarheen zich eene groote menigte kolonisten begaven,
die daar de Romeinsche beschaving vestigden. Het land
tusschen Main, Rijn en Donau, stond hij tegen de op- '
brengst van tienden van granen, boomvruchten en vee
(van daar decumaatland, tiendland) aan Germaansche
en Gallische kolonisten af. Ook in het Oosten maakte
hij veroveringen, en de daar behaalde buit stelde hem
in staat Rome te verfraaien, o. a. met de naar hem
genoemde zuil, waarop zijne wapenfeiten in Dacië zijn
gebeeldhouwd, en er 123 dagen achtereen feesten te
geven, waarop 10,000 gladiatoren en 11,000 wilde die-
ren in het strijdperk traden.