Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
INDEELING DER GESCHIEDENIS.
Men neemt bij de beoefening dei- geschiedenis drie
tijdvakken aan:
1. de Oudheid^ tot op den ondergang van hetWest-
romeinsche rijk, 476 n. C.
2. de Middeleeuwen, tot op de ontdekking van Amerika,
1492.
3. den Nieuwen Tijd.
DE OUDHEID.
Het eigenaardige der Oudheid is daarin gelegen, dat
de beschaving, die wij bij de volken van dat tijdvak
vinden, niet aan alle gemeen, maar bij alle verschillend
was. Wij nemen niet waar, dat ontwikkeling van don
geest van een enkel volk uitging, en van daar op de
andere werd overgeplant, maar wel, dat de mensch,
overeenkomstig zijne natuur, zich op verschillende
plaatsen eigenaardig begon te ontwikkelen, waarbij dan
elk volk zich zooveel mogelijk van het andere afge-