Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
194
die voorslag verworpen om de bloote formaliteit, dat
de bijeenroeping slechts mocht geschieden door een der
consuls of door de volkstribunen. Men kwam overeen,
in onderhandeling te treden met den consul, den zede-
loozen Antonius, die zich, als aanhanger van Caesar,
eerst had schuilgehouden, maar door het aarzelen der
saamgezworenen moed had gevat, en de hoop was gaan
koesteren Caesar te vervangen. Hy riep den senaat by-
een, en de vergadering nam het besluit de moordenaars
ongestraft te laten, maar Caesar's besluiten van kracht
te doen blyven.
Hierop begon Antonius met allerlei tooneelspelers-
kunsten en het bekendmaken van Caesar's testament,
waarbij aan de gansche bevolking een legaat was ver-
maakt, het volk tegen de saamgezworenen op te zetten,
die, zich tegen de volkswoede niet beveiligd achtende,
Rome verlieten. Ondertusschen was de negentienjarige
Octavianus, die in Caesar's testament als diens erfge-
naam was aangewezen, in Rome gekomen. Met groote
sluwheid wist hij den senaat, het volk en de soldaten
voor zich te winnen, en toen de senaat, op voorstel van
Cicero, Antonius tot vijand des vaderlands had verklaard,
gelukte het hem dezen te verslaan.
De republiek scheen gered; want ook Brutus en
Cassius hadden tegen de troepen van Antonius geze-
gevierd. Maar Octavianus wüde ook Caesar's heer-
schappij erven, en om dit doel te bereiken, onderhan-
delde hij met Antonius, en ging hij met zijn leger naar
Rome, waar hy den senaat dwong, de aan Caesar's
moordenaars verleende amnestie in te treliken. Vervol-
gens hield hij eene samenkomst met Antonius en Le-
pidus, die zich met de ti'oepen, aan wier hoofd hij in
Gallië stond, by genen had aangesloten. Zij kwamen
overeen, de heerschappij en het bestum- der provinciën
onder hun di'ieën te verdeelen, hunne persoonlijke vy-