Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
188
volk waren er gladiatoren- (zwaardvechters-) spelen in-
gevoerd. Slaven, krijgsgevangenen, later ook vrijen, die
daartoe in bizondere scholen waren afgericht, bestreden
elkander op leven en dood tot vermaak van het in
grooten getale vergaderde volk. SpartÈtcus, een Thracier,
die in de school te Capua werd afgericht, stelde aan
zijne lotgenooten voor, liever in den stryd voor de vrij-
heid te vallen, dan tot verlustiging van het volk. Het
aantal zijner aanhangers nam zoo verbazend toe, dat
hij weldra 120,000 gladiatoren, slaven en andere onte-
vredenen om zich henen had, waarmede hij door Italië
trok, en menig tegen hem afgezonden leger versloeg,
totdat het Licinius Crassus eindelijk mdt veel moeite
gelukte, het hoofdleger der opstandelingen te vernieti-
gen, bij welke gelegenheid Spartacus sneuvelde (72 v. C.).
Pompejus, die juist uit Spanje terugkwam, ontmoette
eene bende vluchtende zwaardvechters, hakte haar in
de pan, en eigende zich de verdienste van het eindigen
des oorlogs toe, hetgeen Crassus zeer tegen hem ver-
bitterde.
Daar de Romeinen, na de verwoesting van Carthago
hunne oorlogsvloot hadden laten vervallen, waren de
zeeroovers zoozeer in macht toegenomen, dat zij meer
dan 1000 schepen en 400 vaste plaatsen, vooral in
Cilicië en op Kreta bezaten, en Sertorius en Mithridates
met hen in verbinding stonden. Nadat verscheidene on-
dernemingen tegen hen mislukt waren, gelukte het ein-
delijk Pompejus, aan 't hoofd van 500 schepen en
120,000 man, hen binnen den tijd van 3 maanden in
't oostelijk bekken der Middellandsche Zee in te sluiten
en uit te roeien.
Van die omstandigheden maakte Slithridates, die den
Romeinen een doodelijken haat toedroeg, gebruik om
in 74 V. C. een nieuwen oorlog tegen hen te beginnen.
Tien jaren lang hield hij den strijd vol, en toen maakte