Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
177
stad als portiers, lakeien, tafelbedienden, brood- en
koekbakkers, koks, schenkers, kleermakers, wevers,
hofmeesters, kameniers enz. Menschen van beschaving,
die als krijgsgevangenen tot slavernij waren gebracht,
deden dienst als geneesheeren, letterkundigen, secreta-
rissen, bibliothecarissen, voorlezers enz. Ook vond men
onder de slaven bouwmeesters, schilders, tooneelkunste-
naars, koorddansers enz.; meestal waren dezen van
Grieksche afkomst. Dewijl de gegoeden alles, wat zy
noodig hadden, door slaven lieten ven-ichten, kon er in
Rome geen flinke handwerksstand ontstaan. Dit bracht
van zelf een ander kwaad voort.
Daar de massa der bevolking uit proletariërs (have-
loozen) bestond, had het stelsel van dienstplichtigheid
in het leger zijn waren grond verloren. De groote
massa streed niet meer voor eigen haard, en nu begon
zich een militarisme te ontwikkelen, dat gemakkelijk
te gebruiken was ter onderdrukking der vrijheid. Se-
dert het verschil tusschen patriciërs en plebejers was
weggevallen, waren er twee groote partyen in den staat
ontstaan: die des volks, de populäres, en die der aan-
zienlijken, de optimates, die thans zochten te heerschen,
alsof de overige burgers en de millioenen inwoners der
provinciën slechts om hunnentwil bestonden. Om de massa
des volks te Rome rustig te houden, besteedde de senaat
een gedeelte der door de provinciën opgebrachte gelden,
om de broodprijzen te verlagen, vrijstelling van belas-
ting te geven en kostbare spelen in den circus te ver-
toonen; het volk vraagde om brood en spelen. Even-
als vroeger de patriciërs de plebejers verdrukten, ver-
drukten thans dezen, als zij tot hooge ambten waren
geraakt, de provinciën.
Maar niet alle Romeinen waren blind voor die ver-
derfelijke verkeerdheden. Tiberius Sempronïus Gracchus,
een zoon van de edele beschaafde Cornelia, die tot de
12