Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
175
alleen tot buitengewone diensten vei-plicht; 2. steden
met liomeinsche insteUingen, zooals de koloniën en de
niunicipiën, die grondbelasting opbrachten, en 3. pro-
vincie-steden, die wel een eigen senaat en overheid
hadden, maar in alles van de willekeur des landvoogds
afhankelijk waren.
Nadat de scheidsmuren tusschen patriciërs en plebe-
jers waren weggevallen, en de beslissing der gewich-
tigste zaken niet meer berustte by de aristocratische
comitia centuriata, maar bij de democratische comitia
tributa, begon men het beginsel aan te nemen, dat de
wil des volks als hoogste wet erkend moest worden.
Aldus kwam men eene groote schrede vooruit op den
weg der vryheid, onder welke men niet alleen in de
Oudheid maar zelfs nog in latere tijden hoofdzakelijk
de bescherming verstond, die men tegen de willekeur
der regeering genoot, hetzij deze in handen was van
een enkel persoon of van eene overwegende klasse van
menschen. liet door de gedurige oorlogen steeds afne-
mend getal burgers werd herhaalde malen aangevuld
door halfburgers en zelfs door vrijgelaten slaven, en
reeds in 195 v. C. was de wet van Porcius aangeno-
men, waarbij het verboden was op Romeinsche burgers
lijfstraffen toe te passen, zoodat voor hen de doodstraf
in den regel vervangen werd door verbanning. Zoodra
echter iemand tot vijand van den staat, en dus van
zijne burgerrechten vervallen was verklaard, kon de
doodstraf weder op hem worden toegepast. ÄLenigeen
wist echter, eer het zoover kwam, te ontkomen, dewijl
er geene preventieve gevangenis was.
Maar nu ontstond er langzamerhand, in plaats van
den vroeger bevoon-echten stand der patriciërs, een
lieerschende stand, de nohilitas, eene soort van ambts-
adel. De nakomelingen namelijk der hoogste waardig-
heidsbekleeders, hetzij zij tot do plebejers of tot de