Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
1G5
had om de vijf jaren de . census plaats. Enkele malen
werd een municipium tot eene praefectuur vernederd:
het verloor dan zijne zelfstandigheid en kreeg een uit
Kome gezonden fraefect tot hoofd.
V. De drie Punische oorlogen (264—146 v. C.).
Rome en Carthago waren schijnbaar staten van ge-
lijke macht. Het laatste had in zijn voordeel, dat het
de zee beheerschte en over verbazende geldmiddelen
kon beschikken. Daarentegen waren de door de Ro-
meinen onderworpen volken meer met'hen samenge-
smolten, dan de Afrikanen met de van hen in ras
verschillende Carthagers, en heerschte onder de Romei-
nen eene grootere eensgezindheid, daar de strijd tus-
schen patriciërs en plebejers, tengevolge der gelijkstel-
ling van beider rechten en plichten, een einde had ge-
nomen. Een groot nadeel was het voor Carthago, dat
het een staand leger van huurtroepen had, terwijl de
legers der Romeinen uit strijdbare burgers bestonden,
die allen overtuigd waren, dat eene nederlaag niet
slechts hen zelve, maar ook de hunnen trof.
De eerste Punische oorlog, die 23 jaren duurde
(2G4—241 V. C.), ontstond op Sicilië. Reeds sedert
anderhalve eeuw hadden de Carthagers gepoogd, zich
van het gansche eiland meester te maken, ten gevolge
waarvan zij, met afwisselend geluk, bijna voortdurend
oorlog voerden tegen de Grieksche volkplantingen, die
er zich bevonden. Deze vielen dikwijls in handen van
tirannen, die, zoowel om zich staande te houden als
om de Carthagers te bevechten, vreemde huurtroepen
in dienst namen. Toen na den dood van Agathbkles,
den tiran van Syracuse, diens Campaansche huurlingen,
Mamertijnen genaamd, de stad Messina bemachtigd, de
mannen gedood, en de vrouwen en kinderen met den