Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
goedgekeurd, de oorlog met verbittering hervat, de
edele Pontius door de Eomeinen gevangen genomen en
ter dood gebracht, en eindelijk, nadat de consul M'.
Curius Dentatus, een man, die liever over rijke lieden
heerschte, dan dat hij zelf rijkdommen bezat, eene me-
nigte vijandelijke steden verwoest, en hare inwoners
gedood had, werd het overschot der Samnieten onder-
worpen.
Nadat deze strijd ten einde was gebracht, sloegen de
Romeinen begeerige oogen naar Tarente. Reeds sedert
geruimen tijd waren de Grieksche steden in Beneden-Italië
zoo achteruitgegaan, dat verscheidene ervan zich onder
bescherming der Romeinen hadden gesteld. Dit maakte
de Tarentijnen beducht voor hunne vi'ijheid. Toen nu
in 282 V. C. tien oorlogsschepen der Romeinen in de
haven van het tot lum bondgenootschap behoorende
Thurium binnenliepen, bracht een Tarentijn zynen door
de juist plaats hebbende Dionusiën (Bacchus-feesten)
opgewonden stadgenooten een oud verdrag in herinne-
ring, waarbij het den Eomeinen verboden was met
hunne oorlogsschepen oostelijk van Kaap Lacinium (Capo
della Colonna) in de golf van Tarente te komen. Meer
was er niet noodig om het op de Romeinen verbitterde
en door den wijn verhitte volk eene kleine vloot te
doen bemannen, die vier Romeinsche schepen nam en
er één in den grond boorde. Nu kon de oorlog niet
uitblijven, en daar de Tarentijnen zich niet opgewassen
gevoelden tegen de Romeinen, zochten en vonden zij
hulp bij hunne stamgenooten in Griekenland. Purrhos
(Pyrrhus), koning van Epeiros, stak 280 v. C. met een
leger, waarbij zich twintig olifanten bevonden, naar
Italië over en sloeg de Romeinen bij Heraclêa. Hierop
bood Purrhos hun den vrede aan, dien zij met het fiere
gezegde van de hand wezen, dat Rome met geen vij-
and onderhandelde, zoolang diens troepen op den Itali-