Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
dat een der consvds een plebejer moest zijn. Deze laat-
ste inwilliging verloor echter veel van haar gewicht,
doordien aan het consulschap de rechtspraak in civiele
zaken werd ontnomen, en men deze toevertrouwde aan
een patriciër, onder den titel van praetor. Wanneer de
praetor eene zaak geïnstrueerd, en de getuigen opge-
roepen had, liet hij in den regel de uitspraak over aan
een persoon, dien hij daartoe aanwees. Hij oefende zijn
ambt uit op het forum, en aanvaardde het met de be-
kendmaking van een edict, waarin hij uiteenzette, hoe
hij zou handelen in gevallen, waarin de bestaande wet-
ten niet voorzagen. Toen later door het toenemen der
bevolking het aantal rechtszaken vermeerderde, werd
nevens dezen stadspraetor nog een praetor voor vreem-
delingen aangesteld (242 v. C.).
Van nu af waren de patriciërs niet langer in staat
Imnne voorrechten te handhaven. Ofschoon niet zonder
heftigen tegenstand, moesten zij het eene voor, het an-
dere na, met de plebejers deelen, totdat zij ten laatste
(300 V. C.) niet anders overhielden dan eenige pries-
terlijke waardigheden, waaronder die van offerkoning.
Aan de zege der plebejei's, waardoor voor alle bur-
gers gelijkheid van rechten en plichten was vei'kregen,
had Rome het te danken, dat het zich zoo krachtig
boven andere volken verhief.
IV. Onderwerping van Midden-en Beneden-ltalië (343-264 v. C.).
De grootere eendracht, die langzamerhand tusschen
de bm-gers was ontstaan, maakte het den Romeinen
mogelijk hunne macht te gaan uitbreiden. Zij zochten
de Latijnen, die sedert lang lumne bondgenooten waren,
in een staat van onderwerping te brengen. De krijgs-
bevelen gingen van Rome uit; de bondgenooten lever-
den hun contingent, maar van den buit kregen zij of
11