Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
benoemde dan een der consuls iemand tot dictator voor
hoogstens zes maanden. Deze bezat eene onbeperkte
macht; tegenover zijn wil waren alle wetten geschorst,
zelfs die voor de persoonlijke vryheid der burgers: het
gansche rijk bevond zich dan als in staat van beleg.
Het beheer der geldmiddelen van den staat werd
opgedragen aan quaestoren.
Terwijl de plichten met betrekking tot het betalen
van belasting volgons den census en het verrichten van
krijgsdienst voor patriciërs en plebejers gelijk waren,
bezaten beide standen niet dezelfde rechten. De staats-
ambten werden uitsluitend vervuld door patriciërs, en
ofschoon enkele malen eenige plebejers in den stand
der patriciërs werden opgenomen, verhinderde het hu-
welijksverbod, dat plebejers zich met patriciërs ver-
maagschapten.
Bizonder drukkend voor de plebejers was het voort-
dm-end oorlogvoeren, eerst tot zelfverdediging wegens
de pogingen, die het geslacht van Tarquinius ter her-
krijging van de heerschappij aanwendde, later vooral
met het doel om Eome's gebied uit te breiden. Wanneer
de Romeinen eene landstreek veroverd hadden, werden
er meestal een aantal plebejers geplaatst, die daar
aklvers kregen, maar daarentegen verplicht waren, het
gebied voor den staat te bewaren. Zulk eene vestiging
heette kolonie. Het grootste gedeelte van het veroverde
gebied werd echter eigendom van den staat, die het
tegen eene jaarlijksche opbrengst aanvankelijk uitslui-
tend aan pati-iciërs ten gebruike afstond. Terwijl de
oorlogen de patriciërs verrijkten, verarmden zij de
plebejers, want daar dozen zonder soldij moesten dienen,
geene cliënten en in den regel ook geene slaven hadden,
werden zij door den krijgsdienst niet zelden verhinderd,
hun stukje land te bebouwen. Zij waren dan dikwijls
genoodzaakt bij de patriciërs te leenen om in hun on-