Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
beroofd waren. De cliënten behoorden bij groepen aan
de verschillende geslachten, en hadden ieder een patri-
ciër tot patroon of vaderlijken beschermer, die hunne
belangen moest behartigen en hen voor het gerecht
vertegenwoordigen. De patroon, die zijne verplichtingen
jegens zijne cliënten niet nakwam, was vervloekt, d. i.
aan de goden der onderwereld gewijd, zoodat ieder
hem straffeloos kon dooden; daarentegen moest de cliënt
iets bijdragen, wanneer z\jn patroon eene gerechtelijke
boete, een losprijs voor krygsgevangenschap of eene
bruidschat voor zijne dochter had te betalen. De cliën-
ten hielden zich bezig met handwerken of met land-
bouw op akkers, die hunne patroons hun hadden ge-
geven, maar die dezen hun weer konden ontnemen by
het niet nakomen hunner verplichtingen. Langzamerhand
ging de verhouding tusschen patroons en cliënten geheel
verloren, terwijl er een nieuwe stand, de ont-
stond. Vooral sedert Ancus Martius werd het gewoonte,
dat de Romeinen de bevolking van veroverde steden
geheel of gedeeltelijk naar Rome overbrachten. Deze
nieuwe inwoners, die zich hoofdzakelyk met landbouw
bezig hielden, waren wel vrij, maar deelden niet in de
voorrechten der patriciërs. Slaven bezaten de Romeinen
in de eerste eeuwen slechts in geringen getale. In den
regel werden zij door hunne beeren goed behandeld,
ofschoon dezen het recht hadden, hen te pijnigen en zelfs
te dooden. Zij werden gebruikt voor den landbouw en
het uitoefenen van handwerken.
Aan Servius Tullius wordt toegeschreven, dat hij om
den trots der patriciërs te fnuiken een eersten stap
deed ter vervanging van de aristocratie door eene
timocratie. Hij verdeelde de gansche bevolking van
Rome, zoowel cliënten en plebejers als patriciërs, in
vijf klassen, naar gelang van hun vermogen {cenms).
Ieder dezer klasse» moest een aantal centuriën (afdee-
10