Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
goddelijke, om zijne volmaakte lamst van voorstelling
in fijnen, dialogischen voi-m, leerde, dat het begi-ip van
God door het menschelijk denken niet kan worden
gevat, maar dat God zich afspiegelt in het ware, schoone
en goede, en 's menschen denken, streven en handelen
dus daarop moet gericht zijn. Hij bouwde voort op het
wijsgeerig stelsel van Herakleides (4G0 v. C.), die leerde,
dat alles in de wereld in een toestand van verandering
en wording verkeert, en stryd de vader der dingen is.
Maton leidde hieruit af, dat wij geene wetenschap kun-
nen hebben van die voortdurend veranderende dingen,
maar alleen van wat aan eene bepaalde soort gemeen
is, dus van de klee of het begrip der dingen, zooals het
begrip van boom, paard, kracht, gezondheid, geluid
enz., en dat die ideeën een zelfstandig bestaan hebben.
De ziel des menschen is volgens Plafon van goddelyken
oorsprong, in het bezit der ware kennis, zelfstandig en
vrij, maar door hare verbinding met het lichaam, be-
neveld, zwak, zinnelyk, harstochtelijk. Een duister ver-
moeden van haar goddelijken oorsprong, dat zich open-
baart in zucht naar kennis, liefde voor het schoone en
stryd tegen het lichaam, wijst erop, dat het ware leven
des geestes in de toekomst hgt, wanneer de ziel van
het lichaam gescheiden zal zijn.
Gelijk Platon van het idealisme, zoo is Aristoteles
(f 322 V. C.) de vader van het realisme. Als beginsel,
van al wat bestaat, neemt hij de stof en den vorm aan.
De verhouding van stof tot vorm is als die van lichaam
tot geest. De reine vorm is de goddelyke geest. Aristo-
teles hield zich bij voorkeur met de verschijnselen van
de natuur en 't menschelyk leven bezig, en trachtte
geheel anders dan Platon, die door het algemeene be-
grip tot kennis van het bizondere trachtte te komen,
van het bizondere, dat hij door ervaring had leeren
kennen, tot het algemeene op te klhnmen. In zyne