Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
den zedelijken achteruitgang niet tegen. Niet weinig
werd het zedenbederf in de hand gewerkt door de
Sophisten.
Het is namelijlc in een democratischen staat eenver-
eischte, niet alleen dat een staatsman welsprekend,
maar dat ieder burger in staat zij, zijne denkbeelden
duidelijk voor te di-agen. Dit was in Athene te meer
noodig, dewijl in rechtszaken ieder voor zich zeiven
moest pleiten, en het evenzeer schande werd geacht het
woord, als de wapenen niet te kunnen voeren. De be-
roemdste staatslieden der Grieken, zooals Tliemistokles
en Perikles, waren uitstekende volksredenaars geweest.
Maar terwijl hunne welsprekendheid meer het gevolg
was van natuurlijken aanleg, beproefden anderen, het
gemis daarvan door kunst te vergoeden. Hieraan kwa-
men de Sophisten te gemoet. Zij bereisden de groote
steden en noodigden alle jongelingen uit, hen te komen
hooren en zich-door hen de vereischte kundigheden te
doen onderwijzen, waardoor men in maatschappij ot
staat tot aanzien kon geraken. Ofschoon onder de So-
phisten brave en verlichte mannen voorkwamen (Pro-
tagöras), gaven zij aan vele Grieken, vooral wijsgeeren,
aanstoot door zich voor hun onderwijs te laten betalen
en de wetenschap niet om haar zelve te onderwijzen.
Dat zij in 't algemeen meer naar winstbejag dan naar
waarheid streefden, kwam daaruit voort, dat zy de
zedelijke waarde der menschelijke handelingen steeds
naar plaatselyke gewoonten en toevallige meeningen
afmaten. Slechts subjectieve en geene objectieve waar-
heden erkennende, maakten zij gebruik van het opge-
merkte verschil tusschen conventioneel recht en natuur-
recht, om de grondslagen van de overgeleverde zeden-
leer aan het wankelen te brengen, zonder er iets beters
voor in de ])iaats te kunnen geven.
Menigeen legde zich sedert toe op de kunst om door

4
I
1'
' ïl