Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
JIcer vrijheid genoot men in dat opzicht in Groot-
Griekenland. Daar had in Kroton de wijsgeer Puthago-
ras (504 v. C.) na zijn geest door reizen in Egypte en
Griekenland beschaafd te hebben, het Puthagorisch ver-
bond gesticht, welks leden hoofdzakelijk wiskunde en
muziek beoefenden, en zich verder gedroegen naar deze
uitspraak van den stichter: „Doe, wat gij voor edel
houdt, ook al loopt gij gevaar van verbannen te worden,
want de groote hoop is een slecht beoordeelaar van het
edele." Om in de orde te worden opgenomen, moest
men zich eerst aan een gestreng onderzoek naar levens-
Avandel en karakter onderworpen, gedurende welken
tijd men tot stilzwijgendheid, vlijt, gelioorzaamheid en
oefening in onthouding verplicht was. Xenophunes, een
tijdgenoot van Puthagoras, leerde, insgelijks in Groot-
Griekenland, dat er slechts één God ■\^'as, het Al, en
dat de menschen naar hun eigen beeld de goden van
den Olumpos hadden geschapen.
Eene onveranderlijke, steeds dezelfde eischen stellende
zedenwet hadden de Grieken niet. Zij erkenden iets
als zedelijk goed of kwaad, naarmate het schoon ot
leelijk, nuttig of schadelijk was. De eischen der zinne-
lijkheid hield de Griek vooi- even onschuldig als die
van 't verstand en 't gemoed. De eenige teugels ter
breideling van de hartstochten zocht hij in voorzichtig-
heid en schoonheidszin. Behalve matigheid, beschouwde
hij moed om zijn leven voor den staat op te offeren,
rechtvaardigheid jegens zijne naasten en wijsheid, die
kalmte van geest schenkt, als hoofddeugden.
Door den Peloponnesischen oorlog werd niet alleen
de stoffelijke welvaart, maar ook de zedelijkheid der
Grieken geknakt. Verfijnde vormen en uiterlijke be-
schaving werden niet zelden het vernis van een hard-
vochtig gemoed, en do geestige zetten (Attisch zout),
op welke men steeds meer prijs ging stellen, hielden