Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
dalen om er te sterven en in de ontluikende lente
weder te herleven. De Eleusinische mysteriën waren
alleen toegankelijk voor de ingewijden, die tot de stipt-
ste geheimhouding verplicht waren, en wien het uit-
zicht werd geopend op eene vergelding na dit leven.
Talrijke proselieten maakte ook de Orphische
school die den mythischen zanger Orpheus als haar
stichter erkende en leerde, dat door de erfzonde de ziel
in 't lichaam als in eene gevangenis woont, en eerst na
achtereenvolgens verschillende trappen van volmaakt-
heid te hebben bereikt in de woningen der zaligen kan
binnengaan; door het toepassen van eenige genade-
middelen kon echter het zuiveringsproces der ziel wor-
den verkort. Uit deze school kwamen bedelpriesters
voort, die leerden, dat de door hen gewijden na den
dood terstond gelukkig zouden worden. Een hunner
bood zijne diensten aan den Spartaanschen koning Leo-
tuchïdes (t 466 v. C.) aan, die hem echter ten antwoord
gaf: „Sterf dan terstond, gij dwaas, zoo behoeft gij niet
langer uwe ellende en uwe armoede te beweenen."
Terwyl de Grieken in vele vakken van kennis en
kunst zulke bewonderenswaardige vorderingen maakten,
gelukte het hun, althans vóór Aristoteles (f 322 v. C.),
niet, in de natuurwetenschap vooruit te komen, en daar
onwetendheid in natuurkunde de moeder van het bij-
geloof is, nemen wij bij de Grieken een wonderlijk
mengsel van heldere denkbeelden en kinderachtig ge-
loof waar. Zoo geloofde Thoukudïdes (zie'bl. 111), dat
zonsverduisteringen en aardbevingen voorboden van een
verderfelijken oorlog waren. Kometen, maansverduiste-
ringen, zelfs stormen en onweders werden door het volk
als verkondigers van rampen beschouwd. De geschied-
schrijver Ploutarchos (f 120 n. C.) verhaalt, dat eene
maansverduistering op den veldheer Nikias (zie bl. 112)
vóór Syracuse zulk een ontzettenden indridc maakte.