Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
i
108
gezinden zoon van MiltiSdes, den oorlog tegen de Perzen
zoo gelukldg voortzett'en, dat de onderworpen Grieken
hunne vrijheid herkregen. Terwijl Athene's macht aldus
toenam, verzwakte Sparta zoozeer, dat het de hulp
der Atheners inriep bij een opstand der Heloten, tij-
dens de ontsteltenis, door eene aardbeving, welke aan
20,000 menschen het leven kostte, ontstaan (derde
Messenische oorlog 465—456). Op aandi-ang van Kimon
zonden zy hem met een hulpleger, dat de wantrouwende
Spartanen echter, hoezeer Kimon hun genegen was,
spoedig weder lieten aftrekken. Het volk wreekte dezen
smaad op Kimon, door hem te verbannen. Toen de
opstand gedempt was, zochten de Spartanen Athene te
verzwakken; de spanning tusschen de beide staten
werd steeds grooter, en alles liet een oorlog voorzien,
toen er in 445 v. C. een vrede werd gesloten voor den
tijd van dertig jaren.
De man, die dezen vrede had bewerkt, PerTkles, de
zoon van Xanthippos, leidde door zijne genialiteit als
hoofd der voUtspartij en somtyds bekleed met de macht
van arehont, beheerder der geldmiddelen of strateeg
gedurende zes en dertig jaren (465—429 v. C.) de
zaken te Athene. Het tijdperk van zijn invloed was,
vooral ook met het oog op de beschaving van den
geest, zoo schitterend voor Athene, dat men het aan-
duidt met den naam van eeuw van Perikles.
Verscheidene staten waren geheel vrijwillig met
Athene overeengekomen, dezen staat jaarlijks eene som
gelds te betalen, waarvoor hy dan de verplichting op
zich nam, hun contingent aan schepen en manschappen
te leveren. Langzamerhand sloten bijna alle staten van
het verbond dergelijke overeenkomsten, en aldus had
men zelf aan den voorzittenden staat het middel ter
onderdrulddng in handen gegeven. Weldra was de toe-
stand dan ook deze, dat Athene schatting ontving van