Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
bewaard, in geitenvellen of in amphoren overgebracht en
bij het gebruik in mengvaten met water gemengd. By
feestmalen werd de vreugde opgewekt door dans, ge-
zang en snarenspel. De kleeding, die gedurende eeuwen
weinig verandering onderging, bestond uit een wollen
of linnen hemd (chiton), aanvankelyk zonder, later met
mouwen. Om den chiton droeg men een gordel ten
einde hem te kunnen opnemen, als dit bij den arbeid
of bij het loopen noodig was. Ging de man buitenshuis,
dan was het voegzaam, dat hij over den chiton een
oppei'kleed (himation) aantrok of een mantel ((jlaina)
omsloeg en de voeten met zolen (sandalen) schoeide.
De vrouwen droegen over den chiton een lang kleed
(peplos). De mannen bedekten alleen als zij op reis
waren het hoofd met eene lederen muts; de vi'ouwen
droegen veeltijds een sluier. ]Mj de gegoeden waren
cliiton, himation, glaina en peplos gewoonlijk wit van
kleur. De kleederen der geringen waren van de wol of
het linnen, zooals het schaap of het vlas ze opleverden.
Zelfs de gemalinnen en dochters van koningen ver-
richtten werk, dat later gering werd geacht. Zij hielden
zich niet alleen bezig met spinnen, weven en borduren,
maar haalden ook water uit de bron en waschten met
hare slavinnen de kleederen van het gezin in de rivier.
De koningen en edelen bewoonden steenen huizen,
inwendig met goud, zilver en brons versierd, terwijl
zij sclioone kleederen (Sidonische) en rijk bewerkte
Avapenrustingen droegen, die, evenals hunne zwaarden
en lanspunten, gewoonlijk van brons waren vervaardigd.
Zij reden in wagens met vurige paarden bespannen en
bevoeren de zee met schepen door een vijftigtal roeiers
voortbewogen. Als overblijfsels van de bouwkunst uit
dezen tijd toont men nog de zoogenaamde kuklopen-
muren (cyclopen), b. v. die van Tirunthos ten Z. O.
van Argos. Het zijn muren van op elkander gestapelde