Boekgegevens
Titel: Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1886
5e dr
Opmerking: I: De Oudheid. II: Middeleeuwen en Nieuwe Tijd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5487
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201029
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algemeene geschiedenis voor eenigszins gevorderden
Vorige scan Volgende scanScanned page
reclitspraak. Het volk zag met diepen eerbied tot hem
op en onderwierp zich gewillig aan zijne luimen en
willekeurige handelingen, wanneer hij zich door wijs-
heid, lichaamskracht en dapperheid boven anderen onder-
scheidde. Zijn inkomen bestond in de opbrengst van
zyn grondbezit en de kroondomeinen, in geschenken en
een aandeel in den buit.
Het volk was verdeeld in edelen, die uitgestrekte
gronden bezaten, welke zy door slaven lieten bebouwen,
en in vryen, die of een stukje land bezaten, dat zy
zeiven bewerkten, of als daglooners in hun onderhoud
voorzagen. Slechts zelden leefde een vTije van een hand-
werk, omdat bijna ieder zelf vervaardigde, Avat hij noo-
dig had.
De edelen, die ook voorgaven van goden af te stam-
men, werden door den koning in gewichtige zaken ge-
raadpleegd. Sonityds liet hy door herauten de volks-
vergadering {a(ßra) byeenroepen. Was deze bijeenge-
komen, dan plaatste hy zich op een verheven zetel,
omringd door de edelen. De gewone vrijen mocht het
woord niet voeren, maar alleen de beraadslagingen van
den koning en de edelen aanhooren, en waren deze
geëindigd, dan nam de koning zijn besluit en deelde
dat aan 't gansche volk mede. Niet zelden hield de
koning met de edelen vriendschappelijke maaltijden,
waarbij hij op de eereplaats zat, en hem een grooter
aandeel van de spijzen en een grootere beker, dan de
edelen ontvingen, werden voorgezet.
De koning en de edelen handhaafden het geAvoonte-
recht, dat van goddelijken oorsprong Averd geacht. Zeus,
meende men, strafte den misdadiger en bezocht het
land met plagen, wanneer het recht Avas geschonden.
Wie een moord had begaan, moest een zoengeld aan
de betrekkingen van den vermoorde betalen of in bal-
lingschap gaan. Bij het koopen en huren Avas het voor-