Boekgegevens
Titel: Bekeken en beluisterd: een leesboek voor de middelste klasse
Auteur: Kloppers, P.J.
Uitgave: Amsterdam: voorheen Höveker & Wormser, 1897 *
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5357
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200992
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bekeken en beluisterd: een leesboek voor de middelste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
eene andere en, kan men die niet vinden, dan ver-
strooien de bijen zich.
Hebt ge vpei eens een bijenkorf van binnen gezien?
't Lijkt wel eene stad in het klein. Hier en daar heeft
men kleine openingen in den korf gemaakt, opdat de
bijen ongehinderd nit- en invliegen kunnen. Bij hel-
deren zonneschijn is er een leven en bedrijvigheid aan
deze poorten, alsof de stedelingen daarbinnen marktdag
hadden. Hier draagt men bouwstof en voedsel aan, daär
gaat men uit om het te zoeken, ginds weder wordt
een doode buiten den korf gebracht en begraven.
„Bouwstof?" vraagt ge. ,Is de bij dan een soort
metselaar?"
Wel zeker, vriendje, een metselaar in het klein, die
haar huis en haar pakhuis zelve bouwt. De werkbij
heeft aan haar snuit kleine haartjes. Bovendien is
haar geheele lichaam met fijne haartjes bezet. Als de
bij nu in den kelk van eene bloem kruipt, hecht zich
dat stuifmeel aan die fijne haartjes. Met hare pootjes
strijkt de bij zich dat stuifmeel van 't lijf, perst en kneedt
het met haar voorpooten tot een balletje en draagt
dat tusschen hare achterpootjes naar den korf. Met de
haartjes van haar snuit zuigt zij het zoete bloemsap
uit den kelk. Als zij te huis komt, ledigt zij haar