Boekgegevens
Titel: De Hoogere Burgerschool te 's Gravenhage: bijdrage tot de kennis van de oorzaken van den minder gunstigen toestand waarin zij, ook volgens de Regerings-verslagen, verkeert
Auteur: Serière, V. de
Uitgave: 's Gravenhage: H.L. Smits, 1872
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4885
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200873
Onderwerp: Onderwijs: algemeen voortgezet onderwijs
Trefwoord: HBS, Den Haag
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Hoogere Burgerschool te 's Gravenhage: bijdrage tot de kennis van de oorzaken van den minder gunstigen toestand waarin zij, ook volgens de Regerings-verslagen, verkeert
Vorige scan Volgende scanScanned page
geven hun te beschouwen de school te hebben verlaten." —
Mijne plechtige verzekering, dat niet alleen geene herhaalde
waarschuwingen waren ontvangen, maar niet één enkele mij of
hun was geworden — bracht geene verandering in ZEG. uit-
spraak.
Een bezoek bij een ander lid der Commissie, aan wien ook
de zaak nader door mij werd blootgelegd, gaf mij bepaalde
reden om te gelooven, dat de leden der Commissie niet onge-
neigd zouden zijn, om op de genomen beslissing terug te komen,
wanneer de Directeur der Hoogere Burgerschool daartoe het
voorstel deed. ZEG. zeide onder anderen "wij zitten daar niet
// en cour criminelle; als de Directeur zegt: ik wil die jongens wel
//terug hebben, dan zullen wij dat niet beletten of verbieden, w
Bij een derde gesprek met den Directeur van Sillevoldt, gaf
ik ZEdG. kennis ook van boven bedoeld onderlioud, en her-
haalde met nieuwen aandrang het verzoek om toch niet langer
te persisteeren, en zijne medewerking te verleenen, om mijne
zonen weder toe te laten, onder opmerking, dat het niet aan-
nemelijk is dat beiden evenveel schuld zouden hebben en de
straf voor den oudste met het oog op zijne jaren thans toch
nog veel harder was dan voor den jongeren broeder, daar hij
drie dagen langer op school kwam, en de school niet verliet dan
nadat een der leeraren der Hoogere Burgerscliool hem had ge-
vraagd of hij niet te huis bleef om zich te oefenen voor examen A.
Uit het tweede onderhoud dat ik met den heer Sillevoldt
had, in bijzijn mijner twee zonen, bleek mij overtuigend dat
ZEGs. ontevredenheid het hevigst was gaande gemaakt jegens
mijn tweeden zoon, die het briefje geschreven heei't, waarin door
hem werd kennis gegeven, dat zij met mijne toestemming, de
laatste drie en een halve week c^. te huis zouden blijven, om
zich meer uitsluitend te oefenen voor examen A. In dat briefje
nu, dat niemand dan den schrijver en den heer v. Sillevoldt,
schijnt te kennen, moet ik veronderstellen dat woorden voor-
komen, die ZEG. hinderen.
Mijne verzekering, dat zulks in geen geval met kwade be-
doelingen kan zijn geschied, noch de opmerking, dat dan toch
een onbedachtzaam schrijven van een jongeling van naauwelijks
16 jaren geen reden mag opleveren, om eene geheele familie in