Boekgegevens
Titel: De Hoogere Burgerschool te 's Gravenhage: bijdrage tot de kennis van de oorzaken van den minder gunstigen toestand waarin zij, ook volgens de Regerings-verslagen, verkeert
Auteur: Serière, V. de
Uitgave: 's Gravenhage: H.L. Smits, 1872
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4885
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200873
Onderwerp: Onderwijs: algemeen voortgezet onderwijs
Trefwoord: HBS, Den Haag
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Hoogere Burgerschool te 's Gravenhage: bijdrage tot de kennis van de oorzaken van den minder gunstigen toestand waarin zij, ook volgens de Regerings-verslagen, verkeert
Vorige scan Volgende scanScanned page
onverwachts te beurt gevallen bedroevende behandeling hadden
gesproken — en vernamen van ZEG. tot hun bitter leed, dat
het verzoek was afgewezen.
Den volgenden dag ontving ik het onderstaande schrijven van
den heer van Sillevoldt:
's Gravenhage, 10 Sept. 1871.
WelEdel Gestrenge Heer!
Ik heb de eer UwelEdGestr. te berigten, dat de Commissie
van toezigt op de openbare en bijzondere scholen van middel-
baar onderwijs, na rijp beraad, mij verzocht heeft UwelEdGestr.
bekend te maken met de afwijzende beschikking, die zij op
uw verzoek en dat van uw zoons heeft genomen.
De Commissie blijft bij haar besluit, in de voorgaande ver-
gadering genomen, om uwe zoons niet meer als leerlingen der
Hoogere Burgerschool te beschouwen.
Met ware hoogachting heb ik de eer te zijn
U Wel Edel Gestrenge Bv. Dienaar,
J. H. v. slllevüj-dï.
Ik begaf mij zelf naar den heer Heemskerk Bz. onder mede-
deeling van den loop der zaak, met dringend verzoek, zijne
medewerking wel te willen verleenen tot een gewenschte rege-
ling , en weder toelating mijner beide zonen in de klasse waarin
zij den vorigen cursus hadden gezeten.
Ook tot den heer Burgemeester heb ik mij persoonlijk ge-
wend, eens vóór de bedoelde vergadering der Commissie, en
eens nadat het voor mij zoo grievende en drukkende besluit
was genomen. Bij het laatste bezoek was een mijner vrienden
zoo goed mij te vergezellen, zoowel om een goed woord voor
ons te doen, als om niets van het te bekomen antwoord ver-
loren te doen gaan.
Ook die pogingen bragten geene gewenschte verandering. De
heer Burgemeester gaf te kennen, dat het wegblijven van ket
examen geen bezwaar was, maar het verzuimen van de school
gedurende eene maand „ondanks herhaalde waarschuwingen
niets van zich te hebben laten hoorenl aanleiding had ge-