Boekgegevens
Titel: De Hoogere Burgerschool te 's Gravenhage: bijdrage tot de kennis van de oorzaken van den minder gunstigen toestand waarin zij, ook volgens de Regerings-verslagen, verkeert
Auteur: Serière, V. de
Uitgave: 's Gravenhage: H.L. Smits, 1872
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4885
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200873
Onderwerp: Onderwijs: algemeen voortgezet onderwijs
Trefwoord: HBS, Den Haag
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Hoogere Burgerschool te 's Gravenhage: bijdrage tot de kennis van de oorzaken van den minder gunstigen toestand waarin zij, ook volgens de Regerings-verslagen, verkeert
Vorige scan Volgende scanScanned page
worden toegeschreven en in potlood hunne namen, even als die
van eenen anderen leerling die ook daarop ontbrak, op de
lijst schreef. (Die leeraar was dus ook toen nog niet bekend
met de plannen van den directeur.)
Kort daarop werden zij bij den Heer v. Sillevoldt ontboden,
die hun te kennen gaf: //dat zij niet bij het overgangsexamen
//geweest waren, dat de Commissie dus niet over hen had
//kunnen oordeelen en zij beschouwd werden als de school te
//hebben verlaten'/, er bijvoegende:
//Gaat dat nu maar aan je Papa zeggen.//
Na den Heer v. Sillevoldt de reden te hebben bekend ge-
maakt waarom zij niet op het examen waren geweest en te
vergeefs getracht te hebben Zijn Ed.Gestr. te doen inzien dat
er een misverstand scheen te hebben plaats gehad, kwamen zij
te huis met het bovenbedoelde bericht, doch blijkbaar nog in
de hoop dat het nader blijken zou dat zij zulk eene harde
bejegening niet hadden verdiend en wel weer zouden worden
toegelaten.
Ook ik bleef in dat vertrouwen één of twee dagen op be-
richt wachten, doch niets vernemende begaf ik mij naar den
Heer v. Sillevoldt om van Zijn Ed.Gestr. te vernemen hoe het
met deze zaak was gesteld.
Zijn Ed.Gestr. gaf mij te kennen dat mijne beide zonen ge-
durende de laatste maand ondanks herhaalde waarschwwingen
de H. li. School niet meer hadden bezocht en ook niet op het
overgangsexamen waren geweest en daarom door de Commissie
werden beschouwd als de school te hebben verlaten.
O]) mijne verzekering dat het geenzins in mijne bedoeling
had gelegen hen de school te doen verlaten; dat ik dan toch
zeker Zijn Ed.Gestr. daarvan kennis gegeven zou hebben; dat
geen enkele waarschuwing mij was geworden; dat Zijn Ed.Gestr.
toch wel verzekerd kon zijn dat ik het zoover niet zou hebben
laten komen, als maar één enkele wenk mij ware gegeven;
dat bij den minsten twijfel ik zeker Zijn Ed.Gestr. bij tijds
over de zaak zou hebben komen spreken, zooals ik zulks,
wanneer het noodig voorkwam, immer deed, — kon ik geene
andere toezegging verkrijgen dan dat Zijn Ed.Gestr. de zaak
nader aan het oordeel der Cominissie zou onderwerpen.