Boekgegevens
Titel: De Hoogere Burgerschool te 's Gravenhage: bijdrage tot de kennis van de oorzaken van den minder gunstigen toestand waarin zij, ook volgens de Regerings-verslagen, verkeert
Auteur: Serière, V. de
Uitgave: 's Gravenhage: H.L. Smits, 1872
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4885
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200873
Onderwerp: Onderwijs: algemeen voortgezet onderwijs
Trefwoord: HBS, Den Haag
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Hoogere Burgerschool te 's Gravenhage: bijdrage tot de kennis van de oorzaken van den minder gunstigen toestand waarin zij, ook volgens de Regerings-verslagen, verkeert
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Die inschryving heeft plaats gehad en is dientengevolge
de leerling op den bewusten Vrijdag morgen in het gebouw
verschenen, alwaar hem door den heer directeur werd te kennen
gegeven dat hij niet tot het examen zou worden toegelaten,
doch dat eene vergadering van curatoren nader zou beslissen.
Deze vergadering had geen ander resultaat, daar ze niet plaats
had. Zoodat ik op het oogenblik van aanvang der lessen, door
die onbestemde beloften, toezeggingen en naar mijn oordeel
onbillijke afwijzing van het toelatings-examen, buiten de gele-
genheid werd gehouden mijn zoon elders te plaatsen.
Eene vraag: Kon dit afwijzend besluit niet kiescher en
vóór mijn zoon in 't gebouw verscheen, gedaan zijn?
Aan ÜEdA. de qualificatie overlatende van het feit, voeg
ik hier pro memorie bij, dat de leerling Ritz in Julij jl. uit
de 1' in de klasse overgegaan zijnde, op den 1 September
is vergund het doen van examen naar de klasse. Is deze
bevoorrechting billijker? Kon Aie le&ïling'm Q weken alle vakken
bijwerken? '
Mijn zoon heeft eiken morgen 4 tot 6 uur gewijd aan wis-
en natuurkunde, doch hem is de gelegenheid benomen daarvan
blijk te geven.
Thans "heb ik hem in Gorinchem geplaatst, dewijl aldaar
(toevallig door de nieuwe inrichting) examens werden afgenomen
later dan elders.
Het is dus niet om mijn zoon andermaal op de H. B. S.
te 's Hage te plaatsen, dat ik UEdA. in kennis stel met deze
feiten. Maar in het belang der stad, wijl toch zulke handelingen
ongunstig moeten zijn voor eene gewenschte reputatie der resi-
dentie H. B. S., en om voor anderen, die later in soortgelijk
geval mochten komen, eene meer billijke rechtsbedeeling te
waarborgen.
Adressant zou op hoogen prijs stellen, van UEdA., na
grondig onderzoek der feiten, eene erkenning, ten minste eenig
antwoord te mogen ontvangen.
't Welk doende,
Groeneveldt.