Boekgegevens
Titel: De Hoogere Burgerschool te 's Gravenhage: bijdrage tot de kennis van de oorzaken van den minder gunstigen toestand waarin zij, ook volgens de Regerings-verslagen, verkeert
Auteur: Serière, V. de
Uitgave: 's Gravenhage: H.L. Smits, 1872
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4885
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200873
Onderwerp: Onderwijs: algemeen voortgezet onderwijs
Trefwoord: HBS, Den Haag
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Hoogere Burgerschool te 's Gravenhage: bijdrage tot de kennis van de oorzaken van den minder gunstigen toestand waarin zij, ook volgens de Regerings-verslagen, verkeert
Vorige scan Volgende scanScanned page
i;3
mogt adressant dan niet verwachten dat werd aangetoond: van
wie ze uitgingen, tot wie gerigt en waarop ze betrekking hadden,
en vooral wanneer of op welke datum ze werden gegeven?
Als er eigendunkelijke of verre van onberispelijke handelingen
plaats vonden, zoo als in de laatste beschikking der Commissie
wordt beweerd, waarin die bestonden en door wie en wanneer
ze werden begaan?
Mag met zulke in algemeene termen bevatte beweringen of
beschuldigingen, genoegen worden genomen?
Terwijl tot dusverre alleen sprake was van een gepleegd
verzuim bij het overgangs-examen, dat voor andere leerlingen
in hetzelfde geval geene verwijdering uit de school ten gevolge
had; van eene tijdelijke staking van het schoolbezoek, waaruit
alweder geen wettigen grond tot algeheele uitsluiting is af te
leiden, en van herhaalde waarschuwingen, die zich schijnen te
bepalen tot ééne enhele mislukte of niet ontvangen boodschap,
durft de Commissie thans beweren, dat adressants zonen //door
eene reeks van eigendunkelijke handelingen en een verre van
onberispelijk gedrag, gedurende den afgeloopen cursus, zeiven
hunne betrekking tot de school hebben verbroken.»
Om deze onware aantijging te wederleggen kan adressant
zich gerustelijk beroepen op de getuigenis der leeraren, die allen
verklaard hebben dat zij gaarne de verwijderde jonge lieden
weder onder hunne leerlingen zouden zien komen, zelfs van
sommigen die van hun leedwezen over hunne verwijdering deden
blijken, en ernstige pogingen moeten hebben aangewend om den
Directeur te doen gevoelen dat de behandeling onregtvaardig
en in ieder geval dat de straf — zoo er, gelijk de Directeur
beweerde, straf verdiend was — veel te hard was. Maar vooral
de kennisneming van het hierbij gevoegde extract der drie-
maandelijksche rapporten van de hoogere burgerschool zal den
gemeenteraad volkomen overtuigen dat nu de Commissie van
Toezigt, om eene eerste dwaling te vergoelijken, eene veel
ergere begaat.