Boekgegevens
Titel: De Hoogere Burgerschool te 's Gravenhage: bijdrage tot de kennis van de oorzaken van den minder gunstigen toestand waarin zij, ook volgens de Regerings-verslagen, verkeert
Auteur: Serière, V. de
Uitgave: 's Gravenhage: H.L. Smits, 1872
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4885
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200873
Onderwerp: Onderwijs: algemeen voortgezet onderwijs
Trefwoord: HBS, Den Haag
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Hoogere Burgerschool te 's Gravenhage: bijdrage tot de kennis van de oorzaken van den minder gunstigen toestand waarin zij, ook volgens de Regerings-verslagen, verkeert
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
10 September jl. besliste de Commissie andermaal in ongun-
stigen zin, zonder eenige opgave van redenen.
Intusschen bleek het den adressant dat de verwijdering zijner
zonen van de Burgerschool Jiu werd gehandhaafd op grond van
één enkel der twee genoemde onbeduidende voorwendsels. Althans
in een onderhoud, dat adressant vervolgens met den heer Bur-
gemeester had, vernam hij dat het wegblijven der jonge lieden
van het overgangs-examen niet, zoo als de heer van Sillevoldt
aanvankelijk had verklaard, het eigenlijke bezwaar was; maar
dat het verzuimen van de school gedurende een maand, ondanks
herhaalde waarschuwingen, aanleiding had gegeven om hen te
beschouwen //de school te hebben verlaten.»
Adressant bragt toen bij schrijven van 22 September 11.,
met overlegging van eene nota omtrent den loop der zaak, de
Commissie ouder de oogen, dat het schier ondenkbaar was om
die reden, in verband met de omstandigheden onder welke het
niet bijwonen der lessen van de school had plaats gehad, de
uitsluiting zijner zonen te willen handhaven; dat overigens geene
enkele mondelinge noch schriftelijke waarschuwing was ont-
vangen; dat wel de Concierge der Hoogere Burgerschool be-
weerde ééne mondelinge boodschap te hebben gebragt aan eene
van adressants huisgenooten, die echter pertinent verklaarde
zich daarvan volstrekt niets te herinneren, zelfs nooit deu
Concierge te hebben gezien.
Adressant meende verder dat als de Commissie nader de zaak
grondig onderzocht, zij zeer zeker niet bij den eenmaal genomen
harden maatregel zou blijven persisteren. Hij verzocht haar
daarom nogmaals de toelating zijner zonen tot de 4de klasse,
maar tot zijne groote verbazing, in plaats van de jonge lieden
alsnog toe te laten, deinst de Commissie niet terug, nu zij
geen aannemelijk motief voor hare handeling kan geven, in eene
schriftelijke beschikking van 3 October 11., door niets gestaafde of
geheel uit de lucht gegrepen beweegredenen aan te voeren, wd
berekend om op eene hoogst onverklaarbare, zoo niet onver-
antwoordelijke wijze, een onverdienden blaam te leggen op leer-
lingen voor wie zij nu eenmaal de deur der Hoogere burgerschool
gelieft gesloten te houden.
Als er dan werkelijk herhaalde waarschuwingen bestonden,